Toen Jezus leefde was Jeruzalem geen vrije stad. Ze was bezet door de Romeinen. In de geschiedenis van de mensheid is het jammer genoeg vaak gebeurd dat een stad bezet werd of belegerd. Oorlogen zijn een (bloed)rode draad doorheen de tijden. Veertig jaar na de dood van Jezus zou Jeruzalem trouwens met de grond gelijk gemaakt worden. Het was een triest lot dat later nog vele andere steden zou treffen, ook in ons land.
Lucas vertelt zondag hoe Jezus met zijn leerlingen Jeruzalem binnengaat, waarschijnlijk met een bang hart. Maar hij is vastbesloten, hij wil een koning van vrede zijn. Hij kiest er nadrukkelijk voor om niet als een klassieke koning te paard te gaan. Een uitstraling van macht en kracht is niet de wens van Jezus, hij kiest integendeel voor een jonge ezel. De eigenaars aarzelen niet om de ezel ter beschikking te stellen, en dat is te begrijpen. Het verlangen naar vrede zit diep ingeworteld in het hart van mensen. Er is weinig nodig om de hoop op te wekken dat de droom van vrede werkelijkheid kan worden.
Als de leerlingen van Jezus roepen om die vrede wordt hij al vlug door enkele Farizeeën gevraagd om ze tot de orde te roepen. Maar Jezus antwoordt: Als zij zwijgen, zullen de stenen roepen.
Vrede is geen utopie, het is de enige manier om menselijk te blijven. Vrede is geen doel om na te streven – en al zeker niet om voor te vechten of te strijden. Vrede is de weg die men moet gaan, wie er niet mee begint kan er ook nooit aankomen.
Ondanks Jezus’ uitdrukkelijke afkeer van alle geweld, hebben later vele machthebbers die zich christelijk noemden God en Jezus gebruikt om heilige oorlogen te voeren en met bommen steden te vernietigen. Zolang we vinden dat het Goede desnoods met brutaal geweld verdedigd en beschermd moet worden, zolang zal Jezus in die stad opnieuw gekruisigd worden. Wanneer zal Jezus zijn intocht van vrede in ons hart kunnen maken, en in het hart van onze samenleving?