De graflegging van Jezus zoals afgebeeld in onze kerk. Rechts staat Jozef van Arimatea, de vrouw aan de voeten van Jezus is Maria Magdalena, herkenbaar aan haar lange haren.
In de vieringen van Pasen horen we Lucas die beschrijft hoe vrouwen in alle vroegte op de zondagmorgen naar het graf van Jezus gingen om hem te balsemen. Het waren vrouwen die vanuit Galilea met Jezus waren meegekomen en er bij waren toen de gestorven Jezus door Jozef van Arimatea in een graf gelegd werd. Drie vrouwen noemt Lucas met hun naam, onder meer Maria Magdalena.
Eens bij het graf hadden ze een verbijsterende ervaring: de steen die het graf afsloot was weggerold, en het graf was leeg. Ze waren nog vol droefheid en verdriet over de dood van de man die ze zo liefhadden, die zoveel betekend had voor hen en talloze anderen. Jezus hadden ze meegemaakt als een man die nieuw leven gaf aan iedereen die wegkwijnde, die zocht naar de mens die zich verloren voelde, die deed opstaan wie aan de kant zat. Ze hadden gezien hoe zijn manier van leven en omgaan met mensen inspirerend was voor velen.
Nu kregen de vrouwen een goddelijke bericht. Er stonden twee mannen in een stralend wit kleed bij hen die zegden: Wat zoek je de levende bij de doden? Herinner je niet wat Hij gezegd heeft?
Ze beseften plots dat het verhaal van hun liefste Jezus niet gedaan was, niet afgelopen was met zijn dood. Ze voelden hoe ze nadrukkelijk werden aangesproken door zijn leven, zijn woorden en handelingen, ze ervaarden dat Jezus hen wegtrok uit de tranen en de moedeloosheid. Ze wisten plots dat Jezus levend was, meer levend dan het hart van zijn moordenaars. Zijn aanwezigheid was anders, maar springlevend.
Dit goede nieuws van de vrouwen werd door de apostelen aanvankelijk op afwijzing en ongeloof onthaald. Voor hen was de steen voor het graf nog een definitief einde, een afgesloten verhaal. Maar Petrus ging toch eens kijken, en ook hij vond het graf leeg. Hij wist niet wat hiervan te denken. Bij hem kwam later het besef dat het leven van zijn grote vriend en voorbeeld niet kon eindigen. Met een mens is het nooit finaal gedaan. Petrus had zo dikwijls zien gebeuren hoe mensen in situaties van dood en volledige verlorenheid door Jezus tot leven werden opgericht. Zo’n Jezus leeft, ondanks alles, begreep hij. Meer nog, hij zag het rondom hem, die levende aanwezigheid, steeds meer, de bewijzen werden voor hem onomstotelijk. God wil dat mensen leven. God belooft mensen een eeuwig leven, daarvan had Jezus hem overtuigd.
In juni 2016 heeft paus Franciscus aan Maria Magdalena de titel gegeven van Apostel van de Apostelen. Daarmee benadrukt hij dat zij van even groot belang is als de twaalf andere apostelen. Zij maakte deel uit van de groep van Jezus’ leerlingen, vergezelde hem tot onder het kruis. Zij was de eerste getuige van de verrijzenis van Jezus, de eerste die het lege graf zag en de eerste die de waarheid omtrent zijn verrijzenis hoorde. Zij was ook de eerste om van de verrezen Heer te getuigen tegenover de apostelen.