Pastor Bonus

Ik ken mijn schapen … Ik kreeg ze van mijn Vader … Niemand neemt ze Mij af … Ik geef hun eeuwigheid … Ik en de Vader, Wij zijn één … Jezus’ zelfopenbaring in Salomo’s zuilengang, het wel erg beknopte, maar indringende herderbeeld van de vierde Pasen. Het lijkt godslasterlijk voor de joden, maar tegen het paaslicht gehouden krijgt het ongemene pracht. Paulus en Barnabas dragen het naar Antiochië, het wint de wijde wereld. De Goede Herder roept en raakt, Hij wijst en leidt, feilloos en veilig. Hij was en is Weg, Waarheid en Leven. Wie Hem volgt, dient God en medemens en vindt vervulling. Een christen is per definitie geraakt en geroepen. Een priester is bijzonder gegrepen. Veel van wat hij doet, kunnen anderen ook. Maar wat hij is, kan hij niet delegeren. Hij is het door roeping, wijding en zending. Zij wettigen hem als leraar, voorganger, herder. Hij is door Christus zelf in dienst genomen, hij mag zich spiegelen aan zijn herderbeeld, hij weidt, hij wijdt zijn leven.

Allemaal waar. Maar als er straks zo goed als geen meer zijn? Misschien is dan de tegenvraag, of ons Restkerkje wel aanspraak mag maken op meer. En of dat slinkend getal gelovigen niet beter de rangen sluit, stoutmoedig de roep involgt en zijn geloof daadwerkelijk etaleert. Want waar de vraag naar zin en de nood aan hoop steil de hoogte ingaan, moeten christenen niet beschaamd staan. Ze hebben wat in huis, ze kunnen Blijde Boodschap zijn. Als ze het grijze heir van klagende Kerkgebruikers verlaten en de rangen van de niet versagende Kerkbouwers vervoegen. Als ze de Heer van de oogst met meer aandrang dan ooit vragen, dan verkrijgt de christengemeente de herders die ze verdient. Zoveel is zeker.