Niet achterom kijken

Er zijn in ons leven af en toe momenten waarbij we ons op een kruispunt weten staan: we moeten een keuze maken over de richting die we zullen gaan. Een nachtje erover slapen helpt niet steeds. Het is soms een moeilijk afwegen tussen het volgen van ons hart of het volgen van ons verstand. Meestal spelen onze gevoelens ook een grote rol. We hebben doorgaans een voorkeur voor de weg waarop we ons veilig voelen, de weg die ons bekend is, de weg waar we ons niet alleen zullen voelen. Zo kan het gebeuren dat we kiezen om de weg te gaan die onze ouders ook gegaan zijn, ook al voelen we dat we op die manier niet al onze talenten benutten. Zo kan het gebeuren dat we een job blijven doen omdat ze zekerheid en inkomen verschaft, ook al maakt ze ons ongelukkig. Het is alsof we onze ontplooiing en ons geluk afhankelijk maken van de goedkeuring van anderen. Onze keuze voor zekerheid en veiligheid is soms een belemmering om te worden wie we ten diepste willen zijn. Heel wat tradities en gewoontes, verplichtingen en schuldgevoelens kunnen onze weg belemmeren. Ons leven lijkt dan eerder een voorgekauwde weg dan een weg naar echte vrijheid en volheid.

Jezus zette de toon al toen hij nog maar twaalf was, toen zijn ouders hem na het paasfeest in Jeruzalem drie dagen lang zochten. Hij was in de tempel, luisterde naar de schriftgeleerden en stelde hen vragen. “Wisten jullie niet dat ik moet zijn waar mijn Vader is?” zei Jezus tegen zijn verbijsterde ouders toen ze hem vonden.

Zondag geeft Jezus op dezelfde manier een lastig antwoord aan wie hem wil volgen. Wie gaat ploegen en daarbij achterom kijkt is niet geschikt voor het koninkrijk van God. Wie achterom kijkt is uit op de goedkeuring van de anderen, is tevreden als alles blijft zoals het is. Maar dat wil Jezus niet, Jezus wil een betere wereld, een menselijke wereld waar plaats is voor iedereen, ook voor wie nu uitgesloten en verafschuwd wordt.

Wie achterom kijkt bij het ploegen maakt kromme voren. Maar God wil rechte voren, gerechtigheid voor iedereen.