Als we zondag Jezus horen zeggen in het evangelie van Lucas dat hij niet gekomen is om vrede te brengen maar verdeeldheid, dan gaan we twijfelen. Is dit nog wel christelijk? Vuur ben ik komen werpen op aarde, hoe graag zou ik willen dat het al brandde!
Met dit vuur bedoelde Jezus niet het vuur van een toornige straffende God, integendeel. Hij sprak over het vuur van de liefde dat hij in het hart van de mensen wil doen ontbranden.
Maar dit liefdevuur is voor de machthebbers te heet. Hoe meer Jezus in zijn menselijkheid de zwakken en uitgestotenen, de zieken en misdadigers weer in de mensenkring wilde trekken, des te meer sloot zich de kring van zijn vijanden: schriftgeleerden, wetsgetrouwen en ordehandhavers. Jezus gooit de indeling van mensen in goeden en kwaden overboord. Daarmee gooit hij ook een belangrijke ordening in de samenleving overboord. Omdat Jezus openstaat voor tollenaars, zondaars en wettelozen, ondergraaft hij de duidelijke lijnen tussen wat juist is en fout, tussen wat joods is en niet joods, tussen binnen en buiten.
Wie een totale vredelievendheid predikt wordt opgepakt als onruststoker en oproerkraaier. Zo gaat het in een wereld waar de bereidheid om ten oorlog te trekken geldt als een burgerplicht. De oproep van Jezus gaat recht naar de essentie, naar het hart. Het is een verscheurende keuze die hij ons voorlegt. De God die Jezus wil laten ontdekken is een God die oneindig is in zijn liefde en onvoorwaardelijk in zijn vergeving, een God voor wie geen wetsovertreder ooit verloren is. Een God ook voor wie er geen uitverkoren volk is maar voor wie àlle mensen uitverkoren zijn.
Jezus vraagt om een grenzeloos vertrouwen in die God, en dat is voor Jezus belangrijker dan de gehoorzaamheid aan de burgerlijke ordening, zoals onder meer gezin en familie. Verstaan in plaats veroordelen, vergeven in plaats van verstoten, begeleiden in plaats van bestraffen, dat is het vuur dat Jezus in ons hart wil aansteken. En Jezus is ongeduldig. Hij wil niet dat we wachten om christelijk te gaan leven totdat het Rijk Gods is gekomen. Hij wil dat we naar zijn voorbeeld, nu in alle omstandigheden trachten christelijk te leven. In de mate dat we dat doen is het Rijk Gods gekomen.