Met zondaars eten

Waarom eet gij met zondaars? Deze beschuldigende vraag krijgt Jezus voor de voeten geworpen door de farizeeërs. Zij begrijpen niet dat Jezus zoiets doet. Zondaars zijn toch afkeurenswaardige mensen, ze hebben de wetten en de regels overtreden? Zondaars moeten toch eerst boetedoen en hun leven veranderen voor ze bij God welkom kunnen zijn? Het is toch niet rechtvaardig dat zondaars in Gods barmhartigheid aanvaard worden zonder enige voorwaarde?

Zoals gewoonlijk antwoordt Jezus op deze vraag met beeldende vergelijkingen die vooral het hart aanspreken. Hij wil daarmee aantonen dat God niet redeneert in termen van beloning en straf. Want wie liefheeft kan zo niet redeneren. Het is gemakkelijk om een streng oordeel uit te spreken over een misdadiger die we niet kennen. Maar als ons kind een zware misstap heeft gezet zullen we opvallend milder reageren. Dan kunnen we niet hard en onverbiddelijk veroordelen. We zullen trachten ons kind te begrijpen, we zullen het misdrijf eerder zien als een roep om hulp – hoe fout en onverstandig ook. We zullen hopen dat iemand ons kind zal helpen. Geen opgestoken wijsvinger, wel een uitgestoken hand.

Jezus vertelt het verhaal van het schaap dat verloren is. Tijdens het grazen is het van de groep afgedwaald. Een schaap kan de weg naar de stal niet alleen vinden. De herder gaat dus op zoek en blijft zoeken, tot hij het vindt. Uiteraard wordt het schaap niet gestraft. De herder draagt het naar de kudde, naar de stal. De herder zou naar elk schaap op zoek gaan, ook het kleine, het zwakke, het trage, het lastige, zonder onderscheid.

Jezus vertelt een tweede verhaal, van een vrouw die een muntstuk, een drachme verloren heeft, één van de tien. Het muntstuk is een dagloon waard. De moeite niet om te zoeken, zou de rijke zeggen. Maar ook al is het misschien onooglijk, voor de vrouw is geen inspanning te veel, en na het vinden is de vreugde groot.

Het derde en meest beklijvende verhaal is dat van de verloren zoon. We kennen het.

Voor God is niemand verloren, zegt Jezus, hoe klein en onbeduidend ook, door eigen misstap of niet. God zal blijven zoeken en niet veroordelen.