De zondag na Pasen wordt beloken Pasen genoemd. Het woord beloken heeft te maken met de luiken voor de ramen van een huis: ze zijn gesloten. In zekere zin past deze zondag goed in de lockdown. We blijven binnen, want buiten is er gevaar. De apostelen van tweeduizend jaar geleden hadden deuren en vensters ook op slot gedaan, zij waren bang voor de Joden.
We ervaren nu aan den lijve wat het betekent om opgesloten te zijn, niet voluit te kunnen leven. Onze angst voor het virus houdt ons binnen. We willen onszelf en onze omgeving beschermen. We kunnen niemand vertrouwen.
Gelukkig blijft deze angst voor de meesten onder ons beheersbaar, en we weten dat na enige tijd het normale zal weerkeren. Maar niet iedereen ervaart het zo. Voor heel wat mensen is het leven een voortdurend op de hoede zijn. Vrees en wantrouwen bepalen een groot deel van hun doen en laten. Gebeurtenissen in hun kinderjaren en allerlei tegenslagen hebben hen geleerd om terughoudend en voorzichtig te leven. Ze houden ramen en deuren liever gesloten. En wij? Geldt voor ons niet soms hetzelfde?
Jezus laat zich niet tegenhouden door een vergrendelde deur. Zijn droom van een leven zonder angst, waar ieder kan zijn wie hij werkelijk ten diepste is, die droom leeft in ieders hart. Die droom is niet buiten te sluiten. Op onze bangste ogenblikken staat Jezus’ droom in het midden, we kunnen er niet naast kijken. Ik wens je vrede, horen we dan, een verre wens van diepe tevredenheid, rust en harmonie.
Die droom is heel aantrekkelijk maar tegelijk zo onbereikbaar dat we er ongemakkelijk van worden en ervan weglopen. Vandaag gaat dat echter niet, we mogen niet naar buiten. Als we dan de moed hebben om te kijken naar die droom, dan zien we eerst verwondingen. We zien handen met littekens, omdat ze vastgenageld waren toen ze naar hulp reikten. We zien voeten met littekens, omdat ze vastgespijkerd waren toen ze naar een ander leven wilden gaan. We zien wonden in de zij van de keren dat we in onze ziel geraakt werden. En opnieuw horen we: Ik wens je vrede. Maken de littekens onze droom onbereikbaar?
Misschien niet. Als je iemand zijn zonden vergeeft, zijn ze vergeven. Als je ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven. Dat is het pad dat Jezus voorstelt om te gaan, het pad van vergeving. Jezelf vergeven, de anderen vergeven, want het geeft nieuwe ruimte om te leven. Een einde maken aan het verwijten, veroordelen en beschuldigen, en beginnen met begrijpen en aanvaarden.
Als we niet vergeven, dan verandert er niets en blijven we bij de littekens. Maar misschien vinden we vandaag de moed om doorheen vergeving verder te kijken en een stap dichter te komen bij Jezus’ droom van een nieuw leven voor ons.