Woorden als troost

Tegenslagen horen bij het leven. Niet alles wat we ondernemen leidt tot succes. Meer nog, soms lopen de zaken door omstandigheden volledig fout. Vraag het maar aan de werknemers van wie het bedrijf door corona moet sluiten of failliet gaat. Vraag het maar aan mensen die plots ernstig ziek worden. Pech, mislukkingen en teleurstellingen, niemand wil er mee geconfronteerd worden. Maar iedereen heeft wel een persoonlijk verhaal van ongeluk. Soms komt het zelfs in de krant.  Toch komen in de krant meestal andere mensen aan het woord, degenen die blijkbaar nooit pech hebben. Het zijn de winnaars van het leven, zij hebben tegenslagen overwonnen en hebben alles netjes op een rij. Ze stralen geluk en zelfzekerheid uit, ze kennen de antwoorden, ze weten hoe het moet. Men luistert naar hen, ze hebben succes. Door hard te werken en de juiste beslissingen te nemen is het hen gelukt. Dat is hun verhaal, dat is hun waarheid.  Nochtans zijn er velen die ook hard werken en goede beslissingen nemen, maar zonder veel resultaat. Hun verhaal wordt zelden aangehoord. Ze zaaien wel, maar er komen vogels die het zaad opeten. Misschien schiet het zaad wel op, maar het jonge groen verdort, de zon verschroeit het. Of de distels verstikken het.  Zo vertelt Jezus zondag in het evangelie van Mattheus van een boer die ging zaaien. Heel herkenbaar voor zijn luisteraars. Jezus sprak in gelijkenissen als hij over het Rijk Gods vertelde. Hij begon telkens met de woorden: het Rijk Gods gelijkt op … een boer die ging zaaien. Op een mosterdzaadje. Op gist. Op een schat die in de grond verborgen zit.   Als Jezus sprak gaf hij niet de juiste antwoorden, hij had geen slimme theorie. Zijn toehoorders waren niet de winnaars van het leven. Het waren wel mensen die dikwijls struikelden en vielen, die dagelijks moesten ervaren hoe vogels het zaad opeten en distels het jonge groen verstikken. Wie getroost en bemoedigd moet worden heeft geen boodschap aan theorieën over sterker worden uit mislukkingen, aan de waarheden van de winnaars.  De gelijkenissen van Jezus zijn wel troostend, omdat Jezus luisterde naar wie mislukte. Hij luisterde naar hun concrete waarheid. Jezus kende van nabij hun tegenslagen en wanhoop. Troost begint met zwijgen en luisteren naar het persoonlijke verlies, de echte pijn, het verdorde zaad. Troost erkent de moedeloosheid en de gebogen rug. Troost erkent dat de opbrengst van het zaaien niet telkens honderdvoudig is, maar soms ook maar zestig of dertig maal.  Jezus sprak niet met winnaars. Zij kennen immers alle antwoorden. Ze hebben alles gezien. Ze hebben ogen om te kijken, maar zien niet. Ze hebben oren om te horen, maar verstaan niet.  Woorden van troost begrijpen ze niet meer.