We zijn niet perfect, en maken soms fouten. Dat is vervelend, lastig, soms zelfs schokkend. Geen mondmasker dragen op drukke plaatsen. Het gaspedaal diep indrukken, ver boven wat is toegestaan. Overdreven schulden maken. Kinderen zonder toezicht op straat laten spelen. Geld nemen voor eigen gebruik uit de kas van de vereniging.
Misstappen zijn er in alle gradaties. Hoe kunnen we daarmee omgaan? Hoe moeten we daarop reageren? Afkeuren? Terechtwijzen? Zwijgen en het hoofd schudden? Begrip tonen?
We kunnen ons inspireren op wat Jezus zei en deed. Tegen de overspelige vrouw die gestenigd ging worden zei hij: ook ik veroordeel je niet. De verloren zoon die een ganse erfenis verbrast had en in wanhoop naar huis terugkeerde, kreeg een feestmaal aangeboden. Bij Zacheüs ging Jezus eten, ook al had de man als tollenaar – belastingontvanger – bij vele mensen geld afgeperst. In het evangelie van volgende week zondag horen we van Jezus dat we zevenmaal zeventigmaal moeten vergeven.
De menselijkheid van Jezus is duidelijk, zeker inspirerend, maar niet eenvoudig. Mattheus begreep die moeilijkheid, en in het evangelie van zondag laat hij Jezus zeggen dat een zondaar soms toch mag uitgesloten worden uit de groep. Als de zondaar na een persoonlijk gesprek niet wil luisteren, evenmin na een gesprek met enkele anderen, en ook niet na een gesprek met de hele gemeente, dan mag hij uitgesloten worden. Beschouw hem dan als een heiden of tollenaar, schreef Mattheus.
Vreemd, de zevenmaal zeventigmaal vergeving staat maar vijf lijnen verder in zijn tekst. Vreemd, want Jezus zette geen eindpunt aan vergeving, vergeving was niet aan voorwaarden onderworpen. Hij liet de negenennegentig schapen achter om het ene verloren schaap te zoeken en het in zijn armen terug te dragen naar de kudde. Jezus sloot niemand uit, geen bedelaars, geen armen, geen schurftigen. Maar Mattheus van zijn kant wist ondertussen, veertig jaar na Jezus’ dood, dat dit in het dagelijkse leven van de christenen niet zo eenvoudig was.
De ‘methode’ die Mattheus tweeduizend jaar geleden voorstelde, is ook vandaag nog lovenswaardig: spreek mét de zondaar, in plaats van over hem. Wees geduldig, veroordeel niet onmiddellijk. Neem niet enkel je eigen mening als norm, maar vraag ook anderen naar hun mening, vraag zelfs ieders mening. En dan pas kan het stoppen. De ‘methode’ van Jezus echter stopt niet, stopt nooit. Altijd opnieuw bleef hij zoeken naar wegen om mensen terug op te nemen in de groep, zodat ze zich ten volle aanvaard weten. Menselijkheid was voor hem belangrijker dan gerechtigheid, want de verliezers hebben geen rechten. Het is de kern van Jezus’ boodschap. Het is hoe God met ons, zijn mensen, omgaat. Er kan daarom geen andere ‘methode’ zijn.