Gepaste kledij

We hebben allerlei soorten kleren in onze kleerkast. Als we gaan joggen of hardlopen, trekken we ander spul aan dan als we in de tuin willen werken. Voor werk in een laboratorium is er andere kledij nodig dan voor een sollicitatiegesprek. Wie naar een feest gaat, kiest iets moois uit, en vooral iets dat aangepast is aan de gelegenheid.

Hoe zou het zijn als God een feest zou organiseren? In het evangelie van zondag horen we Jezus daar iets over vertellen. Wanneer zou God feesten? Ik denk dat het bijvoorbeeld zou gebeuren op de dag dat uitgeputte vluchtelingen in enkele gehavende rubberboten aan land komen en er door een grote menigte met open armen ontvangen worden. Hun beproevingen zijn gedaan, er is verzorging, eten en fris water in overvloed, ze kunnen uitrusten en op adem komen. Ze worden niet meer weggejaagd, maar krijgen uitzicht op onderdak en opvang. Het zou een feest zijn van opluchting, menselijke nabijheid en vrolijkheid. Er zou muziek klinken, soms vol heimwee, uit het land dat achtergelaten moest worden.

Vreugde wil gedeeld worden. Allen zijn welkom op het feest, de goeden zowel als wie in het oog van de mensen de slechten zijn. Maar niet iedereen wil naar zo’n feest komen, zegt Jezus. Sommigen keren zich af en willen er niets mee te maken hebben. Zij gaan enkel naar een feest als ze er een genodigde mogen zijn, als ze behandeld worden als een gast. Anderen zoeken zelfs ruzie met de boodschappers omdat ze zo’n feest totaal ongepast vinden.

Tussen al de aanwezigen op het feest merkt God iemand op die ongepast gekleed is. Het is een kledij waarmee je niet de handen uit de mouwen kan steken. Het is een kledij waarin je niet kan dansen of vrolijk zijn. Het is meer een uniform, typisch gedragen door een commissaris, een rechter, of een hogepriester. Het is de kledij van iemand die mensen beoordeelt, ze goedkeurt of afkeurt. Het is een kledij die soms ontzag inboezemt, maar meestal angst.

God stapt op die man af en vraagt: ‘Vriend, hoe ben jij hier binnengekomen zonder de gepaste kleren voor dit feest?’ Maar de man zwijgt, hij heeft de gewoonte zélf de vragen te stellen. ‘Wat hier gebeurt, zegt God, begrijp je blijkbaar niet. Je tast in het duister over dit feest en hoe dit allemaal mogelijk is. Je bent gebonden aan handen en voeten aan een andere wereld. Jouw wereld is er een met veel huilen en tandengeknars. Ik zie het, je voelt je hier niet thuis.’

Als God wil feesten, dan is iedereen welkom, zegt Jezus. Maar slechts weinigen zullen zich vereerd voelen, uitverkoren. (Mt 22, 1-14)