Shouderklopje

Af en toe willen we weten of we nog op het juiste spoor zitten, of we goed bezig zijn. Dan kan het deugd doen als iemand ons geruststelt met een klopje op de schouder of een waarderend woord. In zekere zin hebben de examens en toetsen op school ook die functie, net zoals de evaluatie die ons elk jaar te beurt valt op het werk. Op een meer formele manier zijn die eveneens een aanduiding van waar je staat: wel of niet geslaagd, misschien zelfs met felicitaties.

Verkiezingen zoals we net gevolgd hebben in de Verenigde Staten zijn voor een land van dezelfde orde. Heeft de leiding het goed gedaan? Of moet het anders? Waar kan het beter? Wie verkozen wil worden zal daarom een programma voorstellen, in de hoop dat zoveel mogelijk mensen het goedkeuren. Het is de bedoeling dat de welvaart en het welzijn van zoveel mogelijk inwoners kunnen toenemen. Dat de meningen hierover kunnen verschillen is duidelijk geworden in de Verenigde Staten.

Hoe zou het gaan als we aan God zouden vragen of we goed bezig zijn? Welke zouden de criteria zijn die Hij hanteert? Het zijn vragen waarop we in het evangelie van zondag een antwoord krijgen. Jezus vertelt hoe er mensen zijn die een gezegend leven hebben, en mensen die een leven leiden in voortdurende pijn. Allebei stellen ze aan God dezelfde vraag: waarom?

In zijn antwoord wijst God naar mensen die onbelangrijk zijn, gering en van geen tel. Ze hebben honger en dorst, zijn vreemdeling, zijn ziek, gevangen, ongekleed. Het is hun droom om gezien te worden en te mogen meetellen. God droomt het ook zo: dat mensen krijgen wat ze nodig hebben. Dat ze eten krijgen als ze honger hebben, drinken als ze dorst hebben. Dat ze onderdak krijgen als ze op de vlucht zijn en kleren als ze onbeschermd zijn. Dat ze bezoek krijgen als ze ziek zijn of gevangen zitten.

Wie dat aan mensen kan geven, hoe eenvoudig ook, leeft een gezegend leven. God noemt het een rechtvaardig leven. Wie hiervan wegkijkt, wie vindt dat mensen slechts recht hebben op wat ze verdienen en niet op wat ze nodig hebben, die leeft een pijnlijk leven, voorspelt God.

Want iedereen heeft honger en dorst naar begrip en betekenis. Iedereen is al eens op de vlucht, op zoek naar een thuis met veiligheid en geborgenheid. Iedereen is wel eens ziek van wat er gebeurt in de wereld, op het werk, in het gezin. Iedereen zit soms gevangen in hopeloze situaties.

Wie dat niet wil zien, zal nog veel pijnlijke ervaringen moeten doorstaan. Maar God zal niet rusten voor Hij iedereen uit die hel kan weghalen. Hij wil iedereen op het juiste spoor krijgen. Hij houdt van schouderklopjes geven. Daarom stuurt hij mensen op ons pad, alle soorten, gezegende mensen en geringen en minsten. (Mt 25, 31-46)