Alles achterlaten

In het Red Star Line Museum in Antwerpen kan je gaan bekijken hoe mensen honderdvijftig jaar geleden een nieuwe toekomst zochten aan de andere kant van de oceaan. Gedurende een periode van ongeveer zestig jaar vertrokken twee miljoen passagiers per schip naar Amerika en lieten alles achter. Een klein deel kwam uit onze streken, de meesten uit Rusland en Oost-Europa. Sommigen gingen op zoek naar avontuur, maar meestal was het om te ontsnappen uit werkloosheid en armoede of om politieke en religieuze motieven.

Alles achterlaten is geen eenvoudige beslissing. Nochtans was het iets wat de leerlingen van Jezus blijkbaar met groot gemak konden doen. In het evangelie van zondag vertelt Marcus hoe Simon en zijn broer Andreas hun werk als vissers meteen opgaven om met Jezus mee te gaan. Ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, lieten hun vader en de andere vissers onmiddellijk achter zodra Jezus hen riep.

Marcus hield ervan om de zaken snel te laten gaan als ze vanzelfsprekend zijn. Alles achterlaten om Jezus te volgen was voor hem vanzelfsprekend. Maar is dat wel zo? Kan je enkel een volgeling van Jezus worden als je alles opgeeft voor hem, werk en familie?

Er zijn families en gezinnen waar alle samenleven gebaseerd is op wantrouwen en angst, gehoorzaamheid en onderdanigheid. Waar al wat vreemd is afgekeurd wordt en de eigen tradities boven de wet mogen staan. Waar menselijkheid en liefde ondergeschikt zijn aan het vervullen van de plicht.

Er zijn werkplekken, ondernemingen en organisaties waar het verwerven van macht en eigenbelang centraal staan. Waar concurrentie een strijd moet zijn met verliezers, waar mensen bedrogen mogen worden en belachelijk gemaakt. Waar de eigen aanpak boven de wet mag staan.

Dan zegt Jezus: ga daar weg. Ook al geniet je daar enig aanzien, ook al voel je je er een beetje thuis, ook al zorgt het voor een goed inkomen. God is daar niet, mag er niet zijn. Laat het achter je en vertrek.

Want er zijn gezinnen waar vertrouwen en gastvrijheid vanzelfsprekend zijn, waar de interesse groot is voor wat nog vreemd en onbekend is. Waar respect, begrip en bekommernis voor elkaar gewoon zijn. Waar menselijkheid en liefde het uitgangspunt mogen zijn. Waar ieder zich thuis kan voelen, en tegelijk aangemoedigd wordt om boven zichzelf uit te groeien.

Er zijn bedrijven die de talenten van hun werknemers naar waarde schatten, die eerlijk en transparant zaken doen, verantwoordelijk omgaan met de natuur. Waar concurrenten geen gevreesde vijanden zijn, omdat het geloof en vertrouwen in eigen kunnen groot is. Waar geld een middel is, maar geen doel.

Dan zegt Jezus: daar mag je blijven. Ook al geeft het je weinig aanzien, ook al zorgt het maar voor een bescheiden inkomen. Want God woont daar, God mag daar mee aan tafel zitten, mensen mogen daar vissers van mensen zijn, daar is het Rijk Gods nabij. (Mc 1, 14-20)