In de zomervakantie moet je over de schoonheid van de natuur praten. Niet over de schoonheid van de wiskunde. En toch gebruiken we onze vaardigheid om te rekenen ook tijdens de vakantie. Met snelheid en afstand als parameters kunnen we berekenen wanneer we eindelijk op onze bestemming zullen zijn. Met delen en vermenigvuldigen berekenen we de prijs van een brood in vreemde munten.
Uiteindelijk is wiskunde een taal die ons goed van pas komt, zowel thuis als onderweg. Iedereen in de wereld verstaat ze. Cijfers zijn universeel. Ze geven duidelijkheid, ze zijn ondubbelzinnig. Ze zorgen voor veiligheid en zekerheid. Cijfers zijn bakens, je kan ze niet negeren. Cijfers zijn zo handig geworden dat bijna alle beslissingen in de politiek en de economie erop gebaseerd zijn. Met goedgekozen cijfers kan je elke tegenstander in de hoek zetten.
In het evangelie van zondag, geschreven door Johannes, gaat het ook over cijfers en rekenen. Het gaat over vijf broden en twee vissen, over vijfduizend mensen die moeten eten – zonder de vrouwen en kinderen te tellen. Het gaat over geld, over tweehonderd denariën, over hoeveel broden je daarmee kan kopen en hoeveel mensen je daarmee kan voeden. Het gaat over twaalf korven overschot aan brokken van gerstebroden.
Jezus en zijn leerlingen zagen de honger van de grote massa mensen. De apostelen konden rekenen, en dat deden ze dus ook onmiddellijk, bijna automatisch. De conclusie kwam snel: de nood is niet te lenigen, onmogelijk. Met wiskunde waren ze nu niets, ze stonden machteloos. De cijfers werden een alibi om niets te doen.
Gelukkig was er een jongen die nog niet geleerd had om alles te reduceren tot cijfers. Hij had vijf broden en twee vissen, een overvloed, hij kon dat zelf nooit allemaal opeten. Hij zag geen cijfers, hij zag mogelijkheden, hij zag kansen. De apostelen van hun kant bleven maar rekenen. Het aanbod van de jongen betekende niets. ‘Wat hebben we daaraan?’ zei Petrus.
Jezus van zijn kant was zeer dankbaar om het aanbod van de jongen. ‘Laat de mensen gaan zitten,’ zei hij. Er was zelfs voldoende gras om te gaan zitten, vermeldt Johannes nadrukkelijk in zijn evangelie. Jezus begon met uit te delen, en het resultaat was ongezien. Er was meer dan voldoende voor iedereen.
Als je voor de nood van mensen eerst gaat rekenen, dan sla je de bal mis, zegt Jezus. Ga niet afwegen, vergelijken, budgetteren, berekenen, plannen. De cijfers zullen niets veranderen aan het tekort. Begin te helpen met wat je hebt, want je hebt méér dan je zelf nodig hebt. Cijfers zijn te dikwijls een middel om onszelf te beschermen. Cijfers mogen geen uitvlucht worden om mensen in nood aan hun lot over te laten. (Joh 6, 1-15)