Huizen van weduwen verslinden

Je zal het misschien nog niet opgemerkt hebben, maar de poort van onze kerk is opnieuw geschilderd. Het was nodig, en de leden van de kerkraad hebben ervoor gezorgd dat het vakkundig werd uitgevoerd. Catechese is belangrijk, liturgie is belangrijk, maar ook de zorg voor het huis van de kerk is belangrijk. Er komt heel wat kijken bij de godsdienst, ook zaken die er van buitenaf gezien weinig mee te maken hebben, zoals het schilderen van een deur.

Godsdienst is in de eerste plaats een zaak van innerlijke overtuiging. De uiterlijkheden komen op de tweede plaats. Het uiterlijke maakt zichtbaar wat de innerlijke overtuiging is. Als we op zondag de tafel in de kerk versieren met bloemen, dan drukken we daarmee iets uit. We willen ermee tonen dat samen vieren mooi is, veel aandacht mag krijgen, aangenaam is.

Een goed evenwicht tussen het innerlijke en het uiterlijke van de godsdienst is belangrijk. Godsdienst heeft veel symbolen, rituelen, gedragingen, levenswijzen. Allemaal uiterlijkheden die zinvol zijn, maar die soms te veel belang krijgen en kregen. Ze worden dan hol, vals, hypocriet. In wereldse zaken past het wel eens om met veel uiterlijk vertoon het belang van iets te benadrukken. Maar in religieuze aangelegenheden is dat dikwijls delicaat, en wordt het schijnheiligheid.

Jezus had het er zeer moeilijk mee, met die schijnheiligheid. Ze was blijkbaar zeer algemeen bij de farizeeën en schriftgeleerden, bij uitstek mensen die de godsdienst vertegenwoordigden. In het evangelie van zondag neemt hij specifiek de schriftgeleerden nog eens op de korrel. Ze lopen graag rond in dure gewaden, zegt Jezus. Ze willen eerbiedig begroet worden op het marktplein. Ze willen een ereplaats in de synagogen en bij feestmaaltijden. Ze zeggen voor de schijn lange gebeden op.

Ze gedragen zich alsof ze heilig zijn, maar ze zijn het niet. Jezus sprak op een ander moment van witgekalkte graven, mooi van buiten maar inwendig rot. In hun schijnheiligheid doen ze zich voor als heilig, als een veilige toevlucht voor mensen in nood. Maar dat zijn ze niet, integendeel. Jezus zei: pas op voor hen, ze verslinden de huizen van weduwen.

Ieder van ons maakt al eens van de nood een deugd en gedraagt zich al eens schijnheilig, voor de goede zaak. Maar Jezus waarschuwde voor al wie schijnheilig leeft, voor al wie zegt als een heilige te leven, maar dat in de praktijk niet doet. Leven als een heilige kan je niet leren op een universiteit, in een seminarie. Voor het leven als een heilige kan je geen diploma behalen.

Schijnheiligheid is vooral een reëel gevaar voor wie aangesteld is om God te vertegenwoordigen op aarde. Want het is aan weinigen gegeven om op een eerlijke manier God te vertegenwoordigen, en tegelijk totaal immuun te blijven voor de verlokkingen van macht, aanzien, status en geld. Jezus had gezien hoe de zwaksten daar het slachtoffer van werden. Hij hield dus niet op met waarschuwen, ook al zou hem dat fataal worden. (Mc 12, 38-44)