De nieuwjaarsbrieven zijn gelezen, de beste wensen zijn uitgewisseld. Zowel de zon als de regen hebben zich al vertoond in het nieuwe jaar. We voelen ons dus nauwelijks beschaamd voor onze twijfels dat het een beter jaar zal worden. Het voorbije jaar is soms mooi geweest, maar weinigen zullen het een tien op tien geven. Er zijn kostbare punten verloren op belangrijke domeinen als het klimaat, onze gezondheid en het vreedzaam samenleven. Zijn er aanwijzingen dat het beter zou worden? Mooie en welgemeende nieuwjaarswensen zullen niet volstaan. Hoe moet het dan wel?
In ieder geval zijn we niet in uitzonderlijke tijden aanbeland. De mensheid heeft al vaker moeilijke periodes beleefd met natuurrampen, oorlogen en ziektes. En altijd waren er mensen die in zichzelf en bij elkaar de kracht vonden om niet te wanhopen, maar om recht te staan en de handen uit de mouwen te steken voor verandering en verbetering. Zo’n tweeduizend jaar geleden deed Johannes de Doper het op zijn manier. Het volk hoopte op betere tijden. Johannes sprak met gloed over een andere levenswijze die nodig was, en hij gaf zelf het voorbeeld: sober en rechtvaardig in denken en handelen. Hij doopte ook, een prachtig symbool om het oude weg te wassen en opnieuw te beginnen.
Hij was zich bewust van zijn beperkte mogelijkheden om een nieuwe wereld te scheppen. Hij hoopte dat na hem iemand zou komen die daar wel zou in slagen. Hij hoopte dat iemand zou komen die sterker was, iemand die niet met water maar met vuur en vlam de wereld zou reinigen. Het zou iemand zijn die krachtdadig het volk en de wereld van de ondergang zou kunnen redden.
Velen kwamen luisteren naar Johannes de Doper en lieten zich dopen. Jezus ook, want hij was net zo zeer overtuigd van de noodzaak om anders te leven. De doop liet een diepe indruk na bij Jezus. Het water maakte dat hij klaar en helder de weg kon zien die hij wilde gaan. Het zou een andere weg zijn dan die van Johannes. Geen weg die zich afkeerde van de wereld, maar een weg open naar de wereld. Geen weg van louter verwachting, maar een weg van vervulling die nabij is. Geen weg van vrees voor bestraffing, maar een weg van vertrouwen. Geen weg naar een oordelende en straffende God, maar een weg met een liefdevolle en begrijpende God.
Toen Jezus gedoopt werd, was er een duif te zien. Het is een oud en bekend symbool van vrede, de vredesduif. Het was ook een duif die voor Noach op de ark aankondigde dat de zondvloed gedaan was. Noach begreep toen dat het tijdperk van straffen voorgoed ten einde gekomen was. Nooit meer zou het leven op aarde vernietigd worden. Anders dan Johannes hoopte, zou Jezus geen vuur of vlam gebruiken om de wereld te redden. (Lc 3, 15-16.21-22)