Heb je iets om te eten?

Enkele weken geleden zaten we met een dertigtal mensen samen in onze kerk om na te denken over de toekomst. Want er zijn vele tekens dat het niet goed gaat met onze godsdienst. De gelovigen zeggen dat er te weinig priesters zijn. Terwijl de priesters zeggen dat er te weinig gelovigen zijn. Wat moeten we doen? We proberen de enige waarheid en de voorschriften zo goed mogelijk op te volgen. En toch blijven de netten leeg, om de woorden te gebruiken van het evangelie van zondag, het resultaat blijft uit. De vreemdeling vraagt ons om eten en krijgt een neen. De hedendaagse mens, hongerig naar zingeving, hij kijkt naar ons en ziet lege handen. Zijn vragen worden niet gehoord want de antwoorden liggen vast.

Het is zoals met de leerlingen in het evangelie van zondag. Ze herkenden Jezus in de vreemdeling niet. Nochtans waren ze zijn leerlingen geweest. Plots werd het zeer pijnlijk. De vreemdeling vroeg of ze iets te eten hadden, en ze moesten toegeven dat ze niets hadden. Ze hadden hard gewerkt, maar het had tot niets geleid. Al hun gezwoeg had niets opgeleverd, hun waarheid kon geen honger stillen. Ze konden de vreemdeling niet helpen.

Het is zoals met onze godsdienst, die de verhalen van Jezus en zijn leven omgezet heeft in onbetwistbare waarheden, verboden en geboden. Er zijn experten die alles weten over Jezus. Tot op het ogenblik dat een vreemdeling vraagt: heb je iets te eten? Dan moeten ze vaststellen dat al dat waarheid-weten maar een bezigheid is, zonder wezenlijk resultaat. Als een vreemdeling hen aanspreekt met hé jongen, zonder rekening te houden met hun titels en functies, dan staan ze met lege handen.

Onze godsdienst is vergeten dat je geen honger kan stillen met voorgeschreven waarheden. Jezus wilde dat ook niet. Het heeft geen zin om het geloof in Jezus te verplichten of talloze gebeden van buiten te leren. Gestolde waarheid gaat niet samen met dromen, hopen, verwachten.

Het leven van Jezus is het wel waard om verteld te worden. Zijn verhalen zijn het waard om keer op keer doorgezegd te worden. De wonderen die hij verricht heeft, de mensen die hij genezen heeft, ze zijn het waard om verhaald te worden. Zonder dwang of verplichting, maar met veel geduld, om iedereen de tijd te geven om ze te kunnen proeven, te bevragen, in twijfel te trekken, zelfs af te wijzen. Totdat het ochtend wordt

Die tijd kan niet ingekort worden, die tijd mag niet weggeknipt worden in ons onderwijs, onze catechese, onze vieringen. Er zijn geen correcte antwoorden die je op voorhand kan instuderen, er is geen enig juiste waarheid zoals onze godsdienst het voorhoudt. Jezus gaf geen instructies, hij gaf voorbeelden en verhalen en liet mensen toe om zelf een waarheid in zijn woorden te ontdekken. Jezus gaf hun iets om van te dromen en op te hopen, hij liet hen proeven van een hemel. (Joh 21, 1-19)