Een sprookje

Onlangs vroeg een priester of er een verschil is tussen gelovigen en ongelovigen. En om die vraag nog wat lastiger te maken, voegde hij er aan toe dat God alle mensen even graag ziet, zowel de gelovigen als de ongelovigen.

Ja, denk ik, er is een verschil, een opvallend verschil. Want gelovige mensen geloven nog in sprookjes, de anderen doen dat niet. Geloven in sprookjes betekent dat je ervan overtuigd bent dat de liefde uiteindelijk alles overwint. Het leven komt weliswaar niet zonder beproevingen en uitdagingen, maar ondanks – of misschien dankzij – de moeilijkheden en tegenslagen komt alles goed. Elk sprookje eindigt met de klassieke formule: ‘… en ze leefden nog lang en gelukkig’. In het Engels klinkt duidelijk dat het voor altijd is: ‘… and they lived happily ever after’. Gelovigen staan in het leven met open armen. Ze omarmen, zeggen graag ja. Ze zullen hun leven nooit verliezen.

Mensen die niet geloven, geloven uitdrukkelijk niet in sprookjes. Het leven van een volwassene is voor hen geen sprookje. Er is immers zoveel onrecht in de wereld, gevaar en slechtheid! Een mens moet voortdurend op zijn hoede zijn, want bedrog en leugen loeren overal. Je doet er dus goed aan om jezelf te beschermen tegen al dat kwade. Dat kost geld, je moet dus zorgen dat je zo rijk mogelijk kan worden. Ongelovigen zijn voorzichtig met hun vrienden, want slechts weinigen zijn te vertrouwen. Ze staan in het leven met gekruiste armen. Ze houden afstand, zeggen graag nee. Ze willen hun leven nooit verliezen.

In het evangelie van zondag vragen mensen aan Jezus wie er gered zal worden, en wat ze daarvoor moeten doen. Het is dezelfde vraag: wat moet ik doen om het leven niet te verliezen? Jezus antwoordt dat het weinig vandoen heeft met slimmigheid. Gaan eten met de juiste mensen geeft geen enkele garantie. Elke zondag naar de mis gaan evenmin, dat zijn maar uiterlijkheden.

Zolang mensen plezier vinden in mekaar bang maken, zullen velen nooit geloven in sprookjes. Maar altijd zullen sommigen de stap voorbij de angst durven zetten, bewust kiezen om toch te geloven. Ze kiezen voor de liefde als rode draad in hun leven, voor vertrouwen in mensen. Zij concentreren zich op wat waardevol en echt belangrijk is, op wat onbetaalbaar is, en dus niets met geld te maken heeft. Ze weten dat ze de juiste richting gekozen hebben, en bij elke moeilijkheid of tegenslag weten ze duidelijker hoe ze verder moeten. Die duidelijkheid maakt hen diep gelukkig, ongeacht wat er verder ook nog op hun pad zou komen.

Ze leven een leven dat goed en juist is, dat voor altijd zo mag voortgaan en blijven duren, wat er ook gebeurt. Een leven zoals Jezus het leefde. Het is een leven dat nooit eindigt, zelfs niet als alle krachten wegvallen, zelfs als het van buitenaf gezien compleet waardeloos lijkt geworden. Het is een leven zoals in een sprookje, een eeuwig leven, bestand zelfs tegen de dood. (Lc 13, 22-30)