Pater Jan is in ‘t land. Zaterdagmorgen liet hij zich met plezier strikken voor een lezing over Suriname bij de maandelijkse bijeenkomst van Campenholt in het Labo.
Dat we Pater Jan nog lang niet vergeten zijn was duidelijk te zien aan de buitengewone opkomst voor de vergadering van de heemkring. Maar ook Pater Jan is ons nog niet vergeten: met naam, toenaam en straatnaam wist hij iedereen te plaatsen en persoonlijk te begroeten. Hoewel er altijd plaats is voor een babbel, is zo’n vergadering van Campenholt wel een plaats om iets bij te leren en ook daarvoor is Pater Jan de geknipte persoon. Met zowel de schoolse kennis over de Nederlandse oud-kolonie als zijn dagelijkse ervaringen in het huidige Suriname, was de 2 uren durende bijeenkomst voorbij voor we er erg in hadden. Suriname is zo anders, hoe open-minded je bent, als ‘bakra’ (=blanke man) blijf te toch altijd een beetje buitenstaander. Dat beseft Pater Jan maar al te goed. Er zijn vele culturele gevoeligheden. Langs de andere kant is er een uitzonderlijke verdraagzaamheid tussen de vele bevolkingsgroepen en religies. Niet alleen de taal is een mengelmoes van verschillende oorsprongen; ook de feestdagen zijn verdeeld over de verschillende religies en zelfs binnen de katholieke kerk zijn er invloeden van die verschillende bevolkingsgroepen herkenbaar. Ook de traditionele klederdracht werd besproken, het klimaat, het grondgebied, de slaven die ontsnapten en volgens hun Affrikaanse tradities in het bos gingen leven, de Nederlandse boeren die er in de 19e eeuw aankwamen,…
In de brieven van Pater Jan konden we al wat lezen over het dagelijkse leven, maar met deze lezing kregen we toch een veel gedetailleerder inzicht.