Triptiek Gesloten

De vier rode kaarsen op het altaar, de krans centraal omhoog: het is advent in onze kerk. Van bij de aanvang van de advent is ook de triptiek gesloten, het grote middeleeuwse schilderij dat vooraan rechts in het koor hangt.

Gesloten toont het schilderij het lijden van Jezus. Het is geen opwekkend beeld. Het is lastig naar de gesloten triptiek te kijken. We krijgen een wereld te zien die ook bestaat, een wereld waarin mensen mekaar slaan, pijn doen en uitlachen, mekaar aan het kruis nagelen. Nu de triptiek gesloten is zien we een beeld dat ons ongemakkelijk maakt. Maar tegelijk maakt het onze hoop naar een betere wereld nadrukkelijk, onze verwachting urgenter.

Dat is de adventstijd: stilstaan bij wat er verkeerd gaat in onze wereld, er eens niet van wegkijken. Om het verlangen naar een betere en rechtvaardige wereld aan te wakkeren. Achter de ellende is er een andere wereld mogelijk, ook al zien we het nu niet. Hoe zal het zijn als met Kerstmis de triptiek weer opengevouwen wordt? Wat zal het schilderij dan afbeelden? Hoe zal het zijn als God met Kerstmis mens wordt en onder ons komt wonen? We worden uitgedaagd om nu daarover na te denken, er iets bij voor te stellen. Kijkend naar de ellende en mistoestanden in de wereld kan onze hoop concreter worden, de adventsperiode minder vrijblijvend.

Het gesloten schilderij is opvallend kleiner dan het geopende schilderij. Dat is geruststellend, het herinnert ons eraan dat, ondanks alles, het goede in onze wereld toch veel groter is dan het kwade. De advent is geen pessimistische tijd, geen tijd van wanhoop. Tegelijk nodigt het kleinere schilderij ons ook uit om zelf eens wat kleiner of bescheidener te zijn; we hoeven ons niet altijd te gedragen als perfecte mensen die alles weten en alles kunnen. Op die manier kan er in onszelf wat plaats vrijkomen voor hoop en verwachting. Dan zullen we echt verschil ervaren als met Kerstmis de panelen van de triptiek weer openzwaaien.