Epifanie, Openbaring. Dat Kribbekind, God uit God, Licht van zijn licht, niet geschapen, wel geboren, één in wezen met de Vader … Warrige, wollige taal? Kom! Er is gewoon geen klaardere voor wat ons met Kerstmis overkwam. Verre, vreemde heidenen en joods voetvolk vatten hem moeiteloos. Zij komen in beweging en bevolken de stal. Terwijl Herodes en de hoge joden, de mannen van de macht, de openheid missen, vastzitten in hun zekerheden en niet van hun stellingen dalen.
Van de diepste levensdingen zijn geen bewijzen, alleen tekenen. Simpelen van geest en wijzen, niet gehinderd door hooghartigheid, eigendunk en waanwijsheid, zien de ster. Ze betrouwen en spoeden zich. Hun hart bonst en wordt wijd van vreugde. Ze aanschouwen Gods grootheid, kennen hun kleinheid en … knielen in aanbidding. Eenvoudigen en vreemden, die God aan het hart gaan, die deelgenoot en erfgenaam van de belofte worden.
Openbaring. Epifanie. Neem me niet kwalijk, lezer, dat ik de bewoordingen van Jesaja, Paulus en Matteüs dooreen kluts. Het kostte geen kunst- en vliegwerk. Het drong zich gewoon op.