De wijn is op

Op de bruiloft in Kana was de wijn opgeraakt. Zo verhaalt Johannes zondag in zijn evangelie. Het gebeurt vaker dan we denken, dat de wijn op is.

Zonder wijn zitten. De vreugde in het leven die opgedroogd is. De energie die weg is. Alleen water is er nog. De wijn doet ons lachen en dansen, geeft sterkte en vriendschap. De wijn laat de zon schijnen. Maar als er enkel nog water rest dan zien we de zon niet meer, is alles somber en uitgeblust, nat en grijs.

Het kan gebeuren dat onze wijn op is, dat we leeg zijn, dat we het niet meer zien zitten. Dat onze dagen van blijdschap en plezier een valse herinnering schijnen te zijn. Dat feesten onmogelijk lijkt. Niets smaakt ons nog. ‘s Nachts wil de slaap niet komen, overdag willen we slapen.

Er bestaan wetenschappelijke namen voor: depressie, burn-out. Maar uiteindelijk betekent het: de wijn is op. Het leven is geen echt leven meer.

Maar, als we verder spoelen naar het einde van het verhaal van Kana, dan lezen we dat er opnieuw wijn is. Meer zelfs, de wijn is beter!

Tussen de troosteloze diepte en de betere wijn is er een wonder gebeurd. Na het smakeloze water is er uiteindelijk weer heerlijk smakende wijn. Het is een wonder dat nauwelijks te verklaren is. Maar misschien geeft de tekst van Johannes enkele aanwijzingen.

Maria heeft het probleem opgemerkt, zij zegt: De wijn is op.

Hoe belangrijk is het dat iemand het probleem opmerkt, het onder woorden brengt, niet de andere kant opkijkt … Wanneer zijn we in staat om te kunnen zeggen: de wijn is op, ik kan niet meer … Wat betekent het voor ons om het te kunnen uitspreken?

Maria krijgt een onthutsend antwoord van haar zoon: Wat heb ik daarmee te maken?

Krijgen we aanvankelijk een afwijzend antwoord op onze vraag om hulp, zelfs van wie we het helemaal niet zouden verwachten? Is het wel een afwijzing? Of hebben we het enkel maar zo begrepen …

Wat Jezus u ook beveelt, doe het maar, zegt Maria tegen de dienaren.

Vertrouwen is niet gemakkelijk, zeker als je niet begrijpt waarom of waartoe. Wanneer zijn we klaar om te aanvaarden: doe het maar … Wanneer zijn we bereid om hulp te aanvaarden? Is Jezus iemand die ik kan vertrouwen?

Doe de bakken vol water.

Veel water, zes bakken vol, tot aan de rand. Water, smakeloos, troosteloos. De grijsheid, de tranen, de neerslachtigheid. Moeten eerst zes immense kruiken daarmee gevuld worden? Tot aan de rand? Hoe lang duurt dat? Wanneer ga ik ooit genezen?

Schep er nu wat uit om de tafelmeester te laten proeven.

Wat voor zin heeft het, proeven van zes volle vaten tristesse en tranen. Hoeveel moed vraagt het, om net van die kruiken te gaan proeven?

U hebt de beste wijn bewaard tot het laatst.

Is dit een wonder? Zijn de tranen niet zinloos geweest? Kan ik weer genieten, anders genieten?