Jezus in de woestijn

In het evangelie van de eerste zondag van de veertigdagentijd vertelt Lucas hoe Jezus in de woestijn op de proef werd gesteld. Jezus was voordien in de Jordaan gedoopt en deze doop was voor hem een sleutelervaring geweest. De hemel ging open voor hem en er klonk een stem die zei: “Jij bent mijn geliefde zoon, de man van mijn hart.” Deze openbaring sterkte Jezus in zijn overtuiging dat hij de opdracht had om het goede nieuws te brengen van Gods oneindige liefde en barmhartigheid. De periode van veertig dagen in de woestijn was duidelijk een test om te onderzoeken of Jezus wel sterk genoeg was om zijn levensopdracht te kunnen waarmaken. In de woestijn stond hij gans alleen tegenover een aantal verleidingen die hem een gemakkelijker leven beloofden. Hij werd uitgedaagd om te weerstaan aan de verlokking om macht te verwerven over de natuur, over mensen, over leven en dood. Voor zijn belangrijke opdracht zou het zeker nuttig kunnen zijn om wat meer macht te hebben … Neen, Jezus weigert, hij vertrouwt volledig op God, zijn vader. Dan is macht van geen tel. Mensen zoeken macht als ze bang zijn om de controle te verliezen. Jezus herhaalde daarom keer op keer om niet bevreesd te zijn; dan wordt een samenleving mogelijk waarin we geen behoefte voelen om macht te verwerven.