Wie al eens boven op een berg heeft gestaan, mogelijk na een serieuze inspanning, zal bevestigen dat je ervaringen daar intenser zijn. Wat je ziet, hoort en voelt, het is allemaal veel zuiverder, helderder, klaarder, dieper, ongestoord.
Zondag vertelt Lucas hoe Jezus met enkele apostelen een berg beklom om er te bidden. Het was de bedoeling van Jezus om een ‘serieus’ gesprek met God te voeren. Voor een ‘schietgebedje’ ga je geen berg beklimmen. Jezus had nood om in vertrouwen met zijn Vader te spreken over ‘zijn toekomst’. Hij zocht duidelijkheid. Hij wilde spreken over de weg die hij tot nog toe bewandeld had, en over wat hem nog te wachten stond, zelfs over zijn einde. Zat hij op het juiste pad? Wat betekende het om op dit pad verder te gaan, radicaal, zonder compromissen?
Jezus had belangrijke voorbeelden die vóór hem op een gelijkaardige profetische manier hun leven geleid hadden: Mozes en Elia. Allicht kon Jezus bij hen bevestiging vinden voor zijn vragen. Ook zij waren op een berg in gesprek met God tot belangrijke inzichten gekomen.
De drie leerlingen van Jezus begrepen ondertussen van geen kanten wat er gebeurde, ze waren aan het ‘slapen’. Maar op het einde zagen ze hoe Jezus veranderd was. Hij had een blik in zijn ogen die vastbesloten was, op zijn gezicht was te zien hoe alle twijfels en vragen verdwenen waren. Hij straalde vertrouwen uit. Zijn Vader had hem duidelijk gemaakt: Jij bent mijn zoon, mijn uitverkorene.
Petrus had gezien hoe er iets merkwaardigs gebeurde met Jezus. Hij wilde dat moment vasthouden, zonder succes. Ze daalden uiteindelijk terug af, en spraken er met niemand over in die tijd. Dat zou ook niet mogelijk geweest zijn. Als God spreekt, dan gebeurt dat veel meer in het hart dan met woorden.