Geroepen

Het beroep van schaapherder kennen we wel, maar het wordt vandaag nog maar door weinigen uitgeoefend, althans in onze streken. We hebben er een romantisch beeld over, onterecht waarschijnlijk. Het is een beroep, maar het is beter om te spreken van een roeping. Het is immers geen job van 9 tot 5.

Zondag komt in het evangelie van Johannes Jezus aan het woord met het beeld van de herder en zijn schapen. Het is een zeer bekend beeld in onze godsdienst. Maar het heeft wat glans verloren. We willen als gelovigen niet meer voorgesteld worden als schapen, we willen geen volgzame en onderdanige kudde zijn. We hebben het ook lastig met de herders en hun autoriteit, we zijn niet meer zo overtuigd dat die beter weten wat goed is voor ons.

Misschien kan de tekst van Johannes onze opvatting wat bijsturen, en waarschijnlijk zal een echte schaapherder onze denkwijze ook kunnen corrigeren. Hij zal zeggen dat de schapen vooruitlopen, en dat hij ze volgt. Hij zal zeggen dat zij weten welk gras goed is, beter soms dan hij het weet. En met dit nieuwe inzicht kunnen we die volgzame onderdanigheid achter ons laten.

Maar tegelijk zijn er in het leven gebeurtenissen waarover Johannes met Jezus schrijft: mijn schapen zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van mij wegroven. We mogen als moderne mensen stevig in het leven staan, maar dat volstaat niet altijd. De herder waakt en zal op zoek gaan naar de verloren schapen, en eens gevonden zal hij ze terug naar huis dragen. De herder heeft een stok, een staf, maar hij zal die vooral gebruiken om de rovers weg te houden en zelf recht te blijven.

Wij zijn mensen, en het is niet onmogelijk dat we verdwalen of bedreigd worden. Dan is het goed te weten dat we niet alleen op de wereld zijn, dat er herders zijn, dat er mensen zijn die waken, bekommerd zijn, naar ons op zoek gaan, ons dragen, ons spreken over thuis.

Evengoed worden we zelf uitgenodigd om te waken en bekommerd te zijn. Soms kan het zijn dat we zelf naar de verdwaalde of de bedreigde op zoek gaan. Soms mogen wij spreken over weer thuiskomen. Soms worden we zelf geroepen om herder te zijn. Hopelijk zeggen we dan: ja.