Eenheid en vrijheid

De laatste woorden van Jezus in het evangelie van Johannes, vooraleer hij gearresteerd wordt, horen we zondag in het evangelie. Jezus vraagt om de eenheid te bewaren, niet enkel onder de leerlingen, maar onder alle gelovigen. We weten dat de tweeduizend jaren die sindsdien gevolgd zijn geen volledig toonbeeld waren van eenheid. De volgelingen van Jezus, de christenen, zijn verdeeld in katholieken, protestanten, orthodoxen om slechts de meest bekende te noemen.

Eenheid bewaren is moeilijk, want er zijn altijd wel meningsverschillen die opduiken. Dan zijn er twee wegen mogelijk. Er is enerzijds de weg waarbij elk meningsverschil de kop wordt ingedrukt en verboden wordt, omdat er slechts één waarheid is. Anderzijds is er de weg van de dialoog, het actief luisteren om te begrijpen, omdat de waarheid vele facetten heeft.

Gebrek aan eenheid is niet enkel voor de Kerk een moeilijke kwestie, in de wereld is het zo mogelijk nog erger gesteld. Het lijkt steeds moeilijker te zijn om te komen tot een gezamenlijk standpunt, een gemeenschappelijke visie. De individuele vrijheid is op de eerste plaats gekomen.

We koesteren onze steeds toenemende vrijheid als een zeer belangrijk goed. Op steeds meer vlakken kunnen we zeggen en doen wat we willen, zonder rekening te moeten houden met anderen. Voor steeds meer zaken hebben we de andere niet meer nodig. De andere mensen zijn er nog, maar tussen hen en ons staat een scherm, het scherm van een computer of een smartphone.

Daarmee wordt het steeds moeilijker om te weten wat er omgaat in het hoofd en het hart van de andere. Samen iets doen wordt een opgave. Onze drang naar vrijheid brengt ons naar een punt waar we helemaal alleen staan, en daar is het eenzaam vertoeven.

Eenheid, solidariteit, samenhorigheid: ze blijven noodzakelijk, om ons te bevrijden uit de eenzaamheid van de totale vrijheid.