Zondag vieren we het feest van de Heilige Drievuldigheid. Voor onze parochie is het een beetje extra feest omdat in onze kerk een zeer waardevol schilderij hangt uit de middeleeuwen, dat de Heilige Drievuldigheid afbeeldt. In het evangelie van Johannes horen we zondag hoe Jezus spreekt over zijn Vader, en over de Geest van de waarheid die zal komen als hij er zelf niet meer is. Die Geest zal de leerlingen steeds leiden naar de waarheid.
Johannes schreef zijn evangelie meer dan vijftig jaar na het overlijden van Jezus. Hij zal duidelijk gezien hebben hoe die Geest werkzaam was in de leerlingen. Ook al was Jezus niet meer persoonlijk onder hen aanwezig, de leerlingen handelden en spraken duidelijk in de geest van Jezus.
Als er ooit een mens geweest die toonde hoe God ons allen nabij wil zijn, dan was het Jezus. De menselijkheid van Jezus tegenover iedereen, en vooral tegenover wie aan de kant geschoven was, was ongezien. In Jezus werd de bekommernis en liefde van God zichtbaar, meer zelfs, in Jezus schemerde God door. Het leven van Jezus was helemaal afgestemd op God, op zijn Vader. Liefde zonder voorbehoud, zonder voorwaarden, voor iedereen, dat was Jezus’ leven, dat is God.
De Geest van Jezus die de leerlingen ervaarden was geen inbeelding. Er was geen andere verklaring mogelijk voor hun bezieling en enthousiasme, hun vertrouwen, hun liefde, hun kennis en inzicht. In hun spreken over Jezus en over God, zijn Vader, onze Vader, was die Geest voortdurend aanwezig.
Hoe kan die ervaring van de leerlingen in woorden gezet worden? Over God spreken met het woord Drie-eenheid of Drievuldigheid is misschien wat afschrikkend. Maar misschien brengt het ons op het spoor van een God die ook nadrukkelijk mens wil zijn, in mensen wil wonen en hen wil bezielen om een hemelse wereld te bouwen.