Er is veel kans dat u ook tot de groep mensen behoort die in het leven al heel wat geluk heeft gehad, in allerlei opzichten: gezondheid, werk, familie en gezin. Heel waarschijnlijk hebt u ook geluk gehad in die andere betekenis van het woord, chance, het tegenovergestelde van pech. Geluk gehad in het verkeer, in de studies, op het werk … want het had ook anders kunnen lopen.
In een aantal gevallen zullen we het geluk een handje geholpen hebben, zoals dat gezegd wordt. Het hemd staat ons nader dan de broek, en zo zal het wel gebeurd zijn dat we ons verstand gebruikten voor eigen voordeel. Niets onwettigs, geen onregelmatigheid, uiteraard niet. Gewoon het lot een beetje in de goede richting geduwd, naar ons toe. Soms moet je eerst aan jezelf denken, zegt men. De andere kant uitkijken, iets niet vertellen, of iets juist wel vertellen, geen hulp bieden, hard op eigen rechten staan, er zijn mogelijkheden genoeg.
Het is zeker niet iets om fier op te zijn, dat weten we. Maar zo gaat het nu eenmaal in het werkelijke leven, het gaat er niet altijd even netjes aan toe. Eigenlijk mogen we van geluk spreken dat we nooit tegen de lamp zijn gelopen.
De slimme rentmeester waarover Lucas zondag vertelt, heeft wel pech. Hij had het niet altijd even nauw genomen met de geldzaken van zijn heer, en dat was aan diens oren gekomen. Hij vreesde voor ontslag, een verschrikkelijk vooruitzicht. Hij kon geen fysieke arbeid meer aan – het goede leven had hem daarvoor onbekwaam gemaakt. En gaan bedelen is zo beschamend.
Jezus schetst deze situatie om aan te geven dat we ten aanzien van onze God, onze Heer, zoals de rentemeester nooit zuiver op de graat kunnen zijn. In de mensen-samenleving vallen alle kleine onrechtvaardigheden tussen de mazen van het net, nooit ernstig genoeg. Maar als we ons naar God richten, dan moeten we erkennen dat er wel domeinen zijn waar wij het ook niet zo nauw hebben genomen met onze opdracht van menselijkheid.
Dan blijft er ons niet veel meer over dan God te vragen om vergeving. Er is geen andere uitweg. Maar tegelijk is het aan ons om ook te vergeven, schulden van anderen kwijtschelden, zoals we zeggen in het Onzevader. We kunnen niet anders dan de anderen te vergeven, hoe onhandig we het ook aanpakken. Alleen zo komen we in het reine met onszelf, en met onze Heer. (Vik)