Over enkele dagen is het Palmzondag, een feestdag die we in mineur zullen vieren. Er mag immers geen viering plaatsvinden in de kerk. Er zullen zondag bijgevolg ook geen palmtakken gezegend worden. Onze vertrouwde rituelen vallen weg en dat kan ons onzeker maken. Evengoed is dit een uitnodiging om stil te staan bij de betekenis van het palmtakje, van Palmzondag.
In het evangelie vertelt Mattheus zondag over de intocht van Jezus in Jeruzalem. Jezus was een bekend persoon geworden. De machthebbers voelden zich door hem bedreigd, maar hij was geliefd bij velen. Zij kwamen naar hem toe, versierden de straat met palmtakken en hun mantels, en zongen van vreugde. Jezus was een man die kwam van God. Hij was de profeet uit Galilea.
Jezus werd bejubeld omdat men geloofde dat hij vrede bracht, een vrede waar iedereen naar snakte nu het land bezet was door de Romeinen. Die uitgelaten stemming is zeer begrijpelijk, vrede in plaats van oorlog is een verzuchting van iedereen op deze wereld. In ieders hart leeft die diepe wens van vrede en menselijkheid. Met de palmtak in ons huis plaatsen we ons in dat geloof van tweeduizend jaar geleden, een geloof dat er vrede mag zijn, een hoop dat we gespaard blijven van ontij en oorlog.
En toch is het soms moeilijk om naar die goddelijke wens in ons hart te luisteren. Ook in Jeruzalem zag het er na enige tijd slecht uit voor Jezus. Hij was plots niet meer de geliefde vredebrenger. Men wilde niets meer met hem te maken hebben, hij moest weg. Hoe was een dergelijke ommekeer mogelijk?
Vandaag gebeurt het nog steeds. Want het is niet zo moeilijk om mensen te doen geloven dat de stem van hun hart fout is. Leiders weten wat ze moeten zeggen. Dat de tijd voor het hart nog niet rijp is. Dat er nog zoveel kwaad rondgaat in de wereld. Dat er geen alternatief is. Dat er veel op het spel staat. Dat iedereen nu zijn verstand moet gebruiken. En zo gebeurt het dat ons palmtakje geen effect heeft, dat er toch nog oorlogen woeden in de wereld. Leiders zeggen immers dat we naar hen moeten luisteren in plaats van naar ons hart.
Tot een gevaarlijk virus de hele wereld tot stilstand brengt. Dan blijkt dat andere keuzes wel mogelijk zijn, dat er wel plaats kan zijn voor menselijkheid, en dat zelfs oorlogen kunnen stoppen. Dat de stem van God in ons hart toch beluisterd mag worden. Dan blijkt, ook al werd dikwijls het tegendeel beweerd, dat we veel liever mens zijn voor elkaar dan een wolf.