Drievuldigheid

Zondag vieren we het feest van de Heilige Drievuldigheid, en daarmee geven we ook extra aandacht aan het grote schilderij in onze kerk, boven de deur naar de sacristie. Dat is immers een afbeelding, vijfhonderd jaar oud, van de Drievuldigheid. God de Vader staat in het midden, links zien we Jezus afgebeeld, en rechts in het wit de Heilige Geest. Alle drie zijn ze afgebeeld als mens, terwijl natuurlijk enkel Jezus echt een mens is geweest. Dat is de vrijheid van de schilder kunstenaar. Hij heeft op een eigen wijze vorm gegeven aan God die Vader genoemd werd door Jezus, en aan de Geest die door Jezus een helper genoemd werd.

Het was een grote bekommernis van Jezus om God niet langer te beschouwen als een verre, strenge, almachtige, oordelende en straffende God. Jezus noemde God Vader, iemand die mensen dichtbij wilde zijn, zonder hen te oordelen maar vertrouwend, iemand die hen optilt uit angst en wantrouwen.

Deze houding van Jezus was tegelijk een scherpe afwijzing van al wie in de wereld God inroept om boven mensen te kunnen staan, hen te kunnen afwijzen, terecht te wijzen, te veroordelen, tot gehoorzaamheid en onderdanigheid te dwingen. Zulke mensen zijn een ontkenning van God, erger nog, ze zijn een ontkenning van menselijkheid.

Misschien had onze kunstenaar vijfhonderd jaar geleden veel vertrouwen in de goedheid van de mens. Misschien beeldde hij daarom God en de Heilige Geest ook uit als een mens?