Afstand houden. Het is samen met het handen wassen en het mondmasker dragen een noodzaak geworden. De gezondheid van onszelf en van onze medemensen staat immers op het spel. We hopen dat deze dreiging snel eindigt. Het gedrag dat ons vandaag wordt opgelegd is immers steeds moeilijker vol te houden.
Want we willen geen afstand houden van mekaar. We willen mekaar kunnen horen en zien, en dat lukt niet goed vanop die anderhalve meter. We willen de blik in de ogen van de ander echt zien, de nuances horen in haar verhaal. De afstand maakt het moeilijk, alsof we niet echt in elkaar geïnteresseerd mogen zijn. Het zo vertrouwde samen praten en samenzijn is een samenscholing geworden, een verboden activiteit uit tijden van bezetting of gevaar in een verleden dat we ons zelfs niet meer kunnen herinneren.
Als we houden van elkaar is elke afstand teveel. Daarom is het niet zo verwonderlijk dat het leven van Jezus er helemaal op gericht was om de afstand tussen mensen te verkleinen, weg te nemen. Zijn woorden getuigden telkens opnieuw dat echt leven pas mogelijk wordt als we elkaar nabij zijn. Waarschijnlijk beseffen we vandaag beter dan ooit wat hij bedoelde. Zelfs wij, welstellende mensen in een rijk land, worden ongelukkig als we afstand moeten houden van elkaar. Zelfs wij voelen ons nu verloren.
In het evangelie van zondag zegt Jezus tegen zijn leerlingen: ga op stap! Ga, want er zijn zoveel mensen die verloren zijn. Ga, om mensen te genezen, om doden op te wekken. Ga ook naar wie met niemand contact mag hebben omdat men zegt dat ze melaats zijn. Ga naar mensen die vastzitten in een hel, verjaag hun duivels. Blijf niet op afstand maar wees nabij.
Afstand houden. Het betekent vandaag dat we gezond kunnen blijven. Maar als men ons op afstand houdt dan worden we ongelukkig en ziek, we voelen het leven uit ons weglopen. Als we op afstand gehouden worden dan voelen we ons uitgesloten, melaats. Afstand houden maakt het leven een hel, omdat we overal duivelse gevaren gaan zien.
Jezus zei aan zijn leerlingen dat het niet nodig was om naar verre streken te gaan. Ga naar de eigen buurt, zei hij. Ziekte en dood, melaatsheid en hel, ze zijn niet ver weg. Het is verleidelijk om in de eigen omgeving enkel het aangename te zien, om afstand te houden van mensen die arm zijn, die niet van de drank kunnen blijven, die hun onkruid laten groeien, die hun kinderen slagen of misbruiken, die werkloos zijn of failliet.
Vandaag voelen we een beetje wat het betekent om er niet te kunnen bij horen, om er niet bij te mogen zijn, uitgesloten te worden. Het is een ervaring die we zo vlug mogelijk achter de rug willen hebben. Afstand houden maakt ook ziek.