Alles lijkt er vandaag op te wijzen dat God ver weg is. Ook al is Hij niet volledig verdwenen, toch zal het maar in een verre uithoek zijn dat Hij mogelijk nog te vinden is. Geld, macht, realisme en gezond verstand hebben zijn plaats ingenomen. Vlaanderen is goddeloos geworden, zeggen sommigen. Zelfs vloeken doen we nu shit verdomme zonder Hem.
Nochtans zijn er elke dag in elke stad en elke straat mensen die bekommerd zijn om andere mensen, om hun kinderen, hun ouders, hun buren, collega’s of vrienden. Het zijn mensen die zorgen en ondersteunen, aanmoedigen en optillen, nabij zijn en helpen. Het zijn mensen die laten doorschemeren hoe God de wereld graag ziet, die zichtbaar maken hoe dichtbij God wel is. Het zijn mensen die hun rug rechten als plots de crisis uitbreekt, en ondubbelzinnig kiezen met hun hart voor de concrete mens in nood. Het is een dagelijkse menselijkheid die op het hoogtepunt van corona zeer gewaardeerd werd. Maar stilaan wordt duidelijk dat die menselijkheid zoals voorheen toch haar plaats moet weten: in de marge van de samenleving. Wie dat anders wil wordt snel belachelijk gemaakt.
Jezus wilde het ook anders in zijn tijd: menselijkheid wilde hij nadrukkelijk wél in het centrum zetten. Alleen op die manier kon de wijdverspreide onmenselijkheid ingedamd worden. Met deze missie ging hij naar de hoofdstad van zijn land, Jeruzalem. Een stad waar toen ook geld, macht, realisme en gezond verstand allesbepalend waren. Aan zijn leerlingen zei Jezus dat hij veel tegenstand zou ondervinden, dat het een lijdensweg zou worden in Jeruzalem. In het evangelie van zondag noemde hij heel concreet de namen van zijn belagers: de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden.
De oudsten beroepen zich op de tradities en op het gezag. Zij bepalen hoe ieder zich moet gedragen, en hoe ieder zijn plaats moet kennen. Alleen zij zijn te vertrouwen.
De hogepriesters beroepen zich op hun uitverkoren band met God, zij zijn de unieke poort naar geluk. Zij bepalen hoe iedereen zich moet voelen. Alleen zij weten wat liefde is.
De schriftgeleerden beroepen zich op hun kennis. Wie de juiste vragen stelt, krijgt bij hen het enig geldende antwoord. Zij bepalen hoe iedereen moet denken. Alleen zij kennen de waarheid.
Ook vandaag zijn deze drie verstikkend invloedrijk. Voor hen mag God ver weg blijven, en Jezus meteen zeker ook. Ze erkennen alleen een Jezus die lang geleden gestorven is, goddelijk bij God is en dus ook ver weg. Hun Jezus is een wonderdoener, bovenmenselijk, onbereikbaar. Hun Jezus is een koning die niet van deze wereld is. Hun Jezus hebben ze graag mysterieus afgebeeld, ongrijpbaar, een historisch kunstwerk, voorbij. Maar een God die nu woont in het hart van mensen? Jezus die vandaag leeft en menselijkheid uitdraagt? Pfff, wees toch realist …