We leven niet meer in de Middeleeuwen. De tijd van privileges voor bepaalde bevoorrechte klassen met daarnaast een grote groep rechtelozen is voorbij. In de laatste tweehonderd jaren zijn we er meer en meer van overtuigd geraakt dat alle mensen gelijk zijn en gelijke rechten hebben. Althans in theorie. De praktijk is lastiger, want voorrechten afstaan doet niemand graag. Het stemrecht is daarvan een typisch voorbeeld. Eerst was het voorbehouden voor de meest vermogenden. Later kregen zij een stem meer dan de andere kiezers. Pas in 1921 kregen alle mannen gelijk stemrecht. De vrouwen moesten wachten tot 1947. Volledig gelijke rechten tussen mannen en vrouwen is nog een langer verhaal.
Gelijkheid tussen mensen blijft lastig. We zijn altijd zeer creatief geweest om geloofwaardige redenen te vinden voor een ongelijke behandeling, voor uitzonderingen. Meestal zijn de speciale rechten in een wet verankerd, zodat een rechtbank er kan op toezien. We leren erover op school en vinden ze evident. Troefkaarten voor speciale rechten zijn het bezit van eigendom, van de juiste nationaliteit, een goedbetaalde baan, een hoge opleiding, de juiste leeftijd. Eigenlijk zijn het zoals in het spel: toevalligheden. Wie de juiste kaarten niet heeft, is rechteloos. Vluchtelingen uit oorlogsgebieden hebben geen eigendom, geen baan, de verkeerde nationaliteit, een opleiding die wij niet erkennen, en zijn volwassen. Zij hebben dus geen rechten, we mogen ze terug in de zee duwen.
We houden allemaal van onze voorrechten, ook al zijn ze misschien beperkt. Een goed loon krijgen voor een dag hard werken bijvoorbeeld. We begrijpen zeer goed de klacht van de werkers van het eerste uur in het evangelie van zondag. Ze kregen hetzelfde loon als de werkers van het laatste uur. Anderzijds heeft corona duidelijk gemaakt dat een goed loon krijgen voor je werk eigenlijk afhangt van geluk hebben, van toevalligheden. Velen zagen hun loon of inkomen krimpen of wegvallen omdat ze de pech hadden in een verkeerde sector te werken.
Het is voor velen een levenslange strijd om hun rechten te vrijwaren en niet te verliezen. Een leger adviseurs, consultants, fiscalisten, rechtbanken en advocaten verdient er wel aan. We leven in de overtuiging dat onze voorrechten onwrikbare rechten zijn. Ondertussen zegt Jezus: Vriend, ik doe je toch niet tekort?
Wij vergeten het dikwijls, maar God weet dat onze voorrechten louter toeval zijn, het resultaat van veel geluk. Ons bevoorrecht leven is niet zozeer de vrucht van hard werken. Het is ook het resultaat van een keuze van onze samenleving, de keuze om aan mensen met de juiste kaarten meer rechten te geven.
Kijk niet zoveel naar je eigen rechten, zegt God, ze kunnen plots wegvallen. Kijk liever naar wat alle mensen nodig hebben. (Mt 20, 1-16a)