Mooie woorden

Er is dikwijls een verschil tussen wat mensen zeggen en wat mensen doen. Woord en daad liggen niet steeds in dezelfde lijn. Onze kinderen zijn de eersten om op te merken als we de regels die we hen voorhouden zelf niet respecteren. Zo moedigen ze ons aan om consequenter te leven. Zoals onze jeugd kritisch naar ons kijkt, zo kijken wij naar onze politici. We vinden het geweldig om ze te betrappen op inconsequenties tussen wat ze zeggen en wat ze doen. Het doet ons plezier te zien hoe zij ook maar gewone, menselijke mensen zijn.

Maar als het verschil tussen woord en daad te groot wordt, te vaak voorkomt, dan dreigt er verlies aan vertrouwen. Kinderen worden dan bang omdat ze niet meer weten hoe zich te gedragen. Burgers hebben moeite om hun politici nog te geloven en keren zich af van hen af.

De kerk kent dit probleem ook. Ze verkondigde wel de woorden van Jezus over vergeving en vertrouwen, maar in haar daden was ze soms zeer hard in het veroordelen van mensen. Nochtans was het typisch voor Jezus om huichelachtig gedrag en schone schijn af te keuren. Hij had het geregeld aan de stok met wie zich wilde voordoen als modelburger en zodoende het recht meende te hebben om anderen te bekritiseren.

In het evangelie van zondag is hij opnieuw zeer scherp voor de oudsten en de hogepriesters. Hij vertelt hen het verhaal van de vader die aan zijn zoons vraagt om in de wijngaard te werken. De ene zoon antwoordt ja, maar gaat niet. De andere zoon antwoordt neen, maar gaat toch. De toehoorders van Jezus zijn het erover eens dat deze zoon deed wat zijn vader vroeg.

Jezus houdt niet van mensen die mooi kunnen ja zeggen, maar het ja doen aan anderen overlaten. Het zijn mooipraters, zoals de oudsten en de hogepriesters. Hij heeft een voorkeur voor wie niet uitpakt met schone schijn, voor wie niet huichelt, voor tollenaars en hoeren.

Altijd zijn er mensen geweest die het goede doen, zonder mooie woorden. Ze schenken geen aandacht aan de zonen die alles weten over ja, maar niet komen opdagen in de wijngaard. Er zijn misschien steeds minder kerkgangers, maar toch zijn miljoenen mensen dagelijks in de weer voor andere mensen. Ze willen verzorgen, helpen, genezen, ondersteunen en optillen. Zij hebben misschien neen gezegd tegen de kerk, maar vinden het vanzelfsprekend om mensen nabij te zijn en menselijkheid uit te dragen in hun wereld. Zij vertrouwen en vergeven zoals Jezus. Zonder het zo te noemen bouwen ze mee aan Gods koninkrijk, zijn ze aan de slag in de wijngaard van de heer. (Mt. 21, 28-32)