Zalige mensen

De zaligsprekingen die we zondag in het evangelie horen, zijn een kernachtige weergave van de opvattingen van Jezus. Het is opvallend dat het geen lijst is van geboden en verboden. Dat zegt wel iets over wie Jezus was en hoe hij dacht. Maar dat terzijde.

De tweede helft van de zaligsprekingen gaat over dingen die een mens kan doen, over actie: barmhartig zijn, je inzetten voor de vrede, zuiver van hart zijn, recht doen. Voor christenen zijn dit belangrijke opdrachten. Het zijn inspirerende uitdagingen voor vele mensen, de wereld wordt er letterlijk beter van. Ze vragen moed en volharding, want er is vaak tegenkanting.

Maar de eerste helft van de zaligsprekingen lijkt helemaal niet inspirerend of uitdagend. Het is een opsomming van zwakheden en tegenslagen, waar geen enkele aantrekkelijkheid van uitgaat. Het gaat over armoede, verdriet, onmacht en weerloosheid, honger en dorst. Niemand zal het ooit in zijn hoofd halen om hiervoor te kiezen. Het zijn trouwens geen actiepunten zoals de andere zaligsprekingen, eerder toestanden of situaties waarmee weinig eer te halen valt.

Waarom zou Jezus hierover toch zalig spreken? Hij heeft het in ieder geval niet bedoeld als een flauwe troost, een aanmoediging om vol te houden in de tegenspoed en ooit beloond te worden. Maar Jezus wist zeer goed dat armoede, honger, verdriet en weerloosheid overal aanwezig zijn, hoe jammer dat misschien ook is. Hij wist ook dat iedereen liefst ervan wegkijkt en ze niet wil zien, dat iedereen zou willen dat ze niet bestonden. Maar dat helpt niet, integendeel.

Iedereen verstopt ze. Want we zijn allemaal in zekere zin arm omdat we niet alles hebben en kunnen. Allemaal hebben we soms de tranen in de ogen bij groot verlies. Allemaal zijn we soms onmachtig, weerloos, niet in staat om ons te verdedigen. Allemaal hebben we soms honger en dorst naar een beter, een echter leven. Maar we houden het verborgen, we schamen ons.

Zo maken we met z’n allen van ons leven een leugen. We geraken verstrikt in een leven dat er succesvol en vrolijk uitziet, maar in realiteit ook armoede, weerloosheid en verdriet kent. We houden een samenleving in stand waar enkel de mooie buitenkant gezien mag worden, waar het ware leven wordt buitengehouden. Vele mensen zijn niet in staat om zo in schijn te leven en worden ziek of haken af, vallen uit de boot.

Het vraagt veel moed en kracht om die leugen te stoppen en wel waarachtig te leven. Om te erkennen dat armoede, weerloosheid, verdriet en honger ook jouw deel zijn, ieders deel zijn. Mensen die het aandurven om zo in waarheid te leven, noemde Jezus zalig. In zijn lijst van zaligsprekingen staan zij zelfs vooraan. (Mt 5, 1-12a)