Het is niet verwonderlijk dat er in deze dagen van epidemie en lockdown veel gesproken wordt over verandering. Om het virus te stoppen, zijn er maatregelen genomen die ons doen en laten danig beperken. Winkelen, eten, werken, feesten, reizen, het gebeurt volledig anders dan een jaar geleden. Het normale van vroeger is verdwenen. Niets is nog zoals het was.
Maar tegelijk voelen we aan dat deze noodgedwongen veranderingen niet allemaal slecht zijn. Want in onze samenleving zit er wel wat scheef, mag er wat veranderd en verbeterd worden. In normale tijden vinden we verandering lastig. Maar nu we ertoe verplicht worden, gaan we het anders bekijken. Een andere, betere wereld is misschien toch mogelijk? Mogen we toch een beetje dromen?
Zondag horen we in het evangelie van Marcus over Johannes de Doper. Die was doordrongen van de noodzaak om anders te gaan te leven. Hij riep op om te stoppen met het bewandelen van kronkelwegen. God heeft het gehad met onze excuses om niet rechtuit te kiezen voor een betere wereld, zei hij. Hij doopte de mensen, hun keuze voor een ommekeer, een nieuw leven.
Marcus schreef dat iedereen naar Johannes kwam luisteren. Johannes de Doper had de droom van een betere wereld weer levend gemaakt bij velen. Het is een droom die aantrekt, maar tegelijk beangstigt. Want die droom jaagt ons weg uit de kromme wegen van halfslachtige compromissen en gemakkelijke zekerheden. Zonder die droom is het leven gemakkelijker. Dan weet iedereen waaraan zich te houden, dan zijn er duidelijke regels. Dan ligt vast wat er van ieder verwacht wordt, wat mag en niet mag.
Dromen bijvoorbeeld van een eerlijke plaats voor alle mensen, ook voor degenen die niet passen in de voorgeschreven schema’s, dat is kiezen voor teleurstellingen. Want de echte wereld werkt niet op die manier. De weg van de droom inslaan, gaat samen met het opgeven van oude zekerheden en comfort.
Johannes de Doper leefde in de woestijn, uiterst eenvoudig. Corona stuurt onze wereld ook de woestijn in, een plaats waar je duidelijker ziet wat er misloopt in de samenleving. Een plaats waar het bekende en normale verdwenen zijn, maar waar dus nieuwe aandacht kan groeien voor wat echt belangrijk is. Want de droom gaat nooit weg, die wil werkelijkheid worden. Nu zien we bijvoorbeeld dat ons leven met maximale individuele vrijheid een keuze is om andere mensen niet meer nodig te hebben. In deze woestijn echter wordt duidelijk hoezeer we mekaar missen, hoezeer we mekaar toch nodig hebben. Dat is de droom die God in ons hart levend houdt, dat is zijn weg, een recht pad. (Mc 1, 1-8)