Reizende wijzen

Reizen is vandaag sterk aan banden gelegd. Als we ons niet verplaatsen kan het virus zich immers niet verspreiden. Hopelijk moet dit niet lang meer zo blijven, en kunnen we in de nabije toekomst weer op stap zonder beperkingen.

In het evangelie van zondag horen we het verhaal van enkele welbekende reizigers: de wijzen uit het Oosten. Als de drie koningen hebben ze een vaste plaats gekregen in onze kerststal, naast de herders en de engelen.

Ze reisden, en waren op zoek naar een ster, naar licht en wijsheid. Het waren wijzen die hun kennis en inzichten niet enkel in boeken wilden vinden. Ze hadden hun boeken achtergelaten, hun vertrouwde omgeving, op reis in het onbekende.

Reizen is geen vakantie, het is voortdurend je weg zoeken en volledig afhankelijk worden van anderen, van vreemden. Wie op vakantie gaat, zoekt vooral rust. Wie op reis gaat, ervaart veel onrust. De reiziger is bereid de gekende waarheden achter zich te laten om nieuwe antwoorden te leren kennen.

Op die manier ontmoetten de reizende wijzen in de hoofdstad Jeruzalem de machthebbers van het land. Het was een nuttig contact, want ze kwamen te weten dat in oude teksten duidelijke aanwijzingen stonden voor een nieuwe en hoopvolle toekomst. Maar Jeruzalem was niet geïnteresseerd in een nieuwe toekomst, het wilde enkel in stand houden wat altijd geweest was. Jeruzalem gaat niet op reis, het blijft ter plaatse.

Zoals alle reizigers hadden ook de wijzen geschenken mee. Een reiziger krijgt onderweg zoveel van de mensen die hij ontmoet, dat hij zelf ook iets wil geven. Reizigers geven geschenken omdat ze zoveel krijgen.

Reizigers hebben uit plaatsgebrek niet de mogelijkheid om grote, protserige geschenken mee te dragen, die vooral de belangrijkheid van de gever in het licht zetten. Een reiziger kan enkel kleine geschenken meenemen, uitgezocht met zorg, kostbaar. De wijzen uit het Oosten hadden goud mee, wierook en mirre, koninklijke geschenken die de ontvanger volledig naar eigen smaak en inzicht kan aanwenden.

Geven en krijgen is veel krachtiger en veel menselijker dan kopen en verkopen. Het één is leven, het ander is overleven. Het echte leven is geen gekocht leven maar een gekregen leven. Leven heeft toekomst als mensen beseffen dat mogen geven en krijgen belangrijker is dan kunnen kopen en verkopen.

Een pasgeboren kind is louter hoopvolle toekomst. Het heeft geen verleden, het is zuivere belofte. Het kan enkel krijgen en geeft ons daarom zoveel. De reizigers uit het Oosten vonden daar het antwoord op hun zoektocht. Sindsdien noemt men ze ‘wijzen’, ze waren andere mensen geworden. Hun weg huiswaarts zou ook anders zijn. (Mt 2, 1-12)