Woorden spreken

Misschien is het je ook al opgevallen: we spreken minder. In deze tijd van mondmaskers, afstand houden en thuis blijven, hebben we niet zo veel kansen meer om met elkaar te praten. De vele toevallige contacten met de bijhorende babbeltjes zijn grotendeels weggevallen. Een bezoek bij vrienden of familie is nog nauwelijks mogelijk. Zo blijven onze woorden ongezegd, ongesproken.

Maar spreken is levensbelangrijk. De zorgen in ons hoofd blijven er spoken zolang we er geen woorden aan gegeven hebben. De vreugde over schoonheid krijgt geen kans als we ze niet mogen uitspreken. Zonder gesprek is het moeilijk om vrienden te maken of nieuwe inzichten te verwerven. Het is met woorden dat we onze wereld maken, en die wordt schraal als we die woorden niet kunnen uitspreken. Het is met de woorden die we spreken en delen dat we groeien en steeds meer worden wie we willen zijn.

De woorden die Jezus sprak zijn inspirerend geweest voor velen, nu nog steeds. Ook vandaag geven ze hoop, vertrouwen, en uitzicht op bevrijding. Jezus gaf woorden aan Gods bedoeling met de wereld. Zijn spreken bracht het rijk van God tastbaar dichterbij. Mensen konden met hem in gesprek gaan en ervaren hoe ze in die uitwisseling van woorden werden opgetild. Men herkende Jezus aan de woorden die hij sprak.

Zondag horen we in het evangelie van Marcus hoe Jezus met drie leerlingen naar de top van een berg klom. Dat is een ideale plek om ongestoord en weg van de drukte te kunnen praten. Hun spreken met elkaar ging ongetwijfeld over het rijk van God en hoe dat er zou kunnen uitzien. Ze hadden het daarbij zeker ook over hun mogelijke rol. De twee belangrijkste profeten uit de Joodse geschiedenis inspireerden hen: Mozes en Elia. Mozes bevrijdde het Joodse volk van slavernij en onderdrukking in Egypte. Elia wilde het volk bevrijden van de valse goden die het in de ban hielden.

De leerlingen zagen hoe het spreken over de profeten bij Jezus een gesprek werd mét de profeten. In de woorden van Jezus leek het alsof Mozes en Elia werkelijk aanwezig waren en met Jezus praatten. De leerlingen hadden dit nog nooit gezien. Jezus straalde van zuiverheid, ze zagen enkel nog de lichtende kern van zijn wezen. De woorden van Mozes en Elia waren de taal van Jezus geworden. De leerlingen voelden aan dat ze toen dichter dan ooit bij God waren, dankzij Jezus.

De woorden die Jezus sprak, waren helend voor de mensen. Maar tegelijk waren die woorden steunpunten in zijn eigen leven, ze waren de grond waarop hij God zichtbaar kon maken.

In het spreken van woorden kunnen mensen met elkaar steeds meer ontdekken wie ze willen zijn. (Mc 9, 2-10)