De graankorrel

Als de graankorrel in de aarde valt en sterft, dan brengt hij vele vruchten voort. Het is een centrale zin in het evangelie van zondag. Het is niet moeilijk om de betekenis ervan te begrijpen. De evangelist Johannes wilde ons meegeven dat het sterven en de dood van Jezus heel belangrijk geweest zijn. Dit zal niemand ontkennen. Maar het is vaak gebeurd dat deze boodschap overdreven sterk benadrukt werd. Waardoor het lijkt alsof sterven het belangrijkste is geweest wat Jezus in zijn leven gedaan heeft.

Nochtans is dit niet ver gezocht. Als we naar de afbeeldingen kijken van Jezus in onze kerken en huiskamers, dan zien we hem meestal aan het kruis, stervend of gestorven. Bovendien is het sterven van Jezus geen natuurlijke dood geweest, door ouderdom of ziekte. Het is geen vredig heengaan geweest, integendeel. Hij werd gedood op een zeer wreedaardige en pijnlijke manier. Zinloos geweld, zouden we vandaag zeggen.

Door het lijden en sterven van Jezus zo centraal te zetten, bestaat het risico dat zijn sterven de andere aspecten van zijn leven onderbelicht laat, in de schaduw zet. En als het sterven van Jezus zo belangrijk is, dan kan men besluiten dat lijden, pijn en smart een belangrijk of misschien zelfs noodzakelijk deel zijn van een leven in navolging van Jezus. Het evangelie van zondag zegt immers ook dat wie zijn leven bemint het zal verliezen, en dat wie zijn leven haat, het eeuwig leven zal winnen.

Zo lijkt het alsof ons leven op aarde minder belangrijk is dan het leven na de dood. Alsof een goede christen met hoop moet uitkijken naar de dood, en vreugde moet vinden in lijden en pijn.

Neen, dat kan het niet zijn. Jezus was er steeds op uit om het lijden en de pijn van mensen te verlichten, weg te nemen. Ontelbare zieken heeft hij genezen, lammen, blinden, doofstommen, bezetenen, melaatsen. Zelfs de dood wilde hij niet voor mensen. Hij gaf weer leven aan Lazarus, aan het dochtertje van Jaïrus, aan de zoon van de weduwe in Naïn. Jezus had een voorkeur voor de ‘ongelovige’ buitenlandse Samaritaan die een gewonde reiziger verzorgde, meer dan voor de ‘gelovige’ priester die er in een boog omheen liep.

En daarmee gaf Jezus aan dat er voor hem geen enkele reden kan zijn om mensen in nood niet te helpen, geen God, geen vaderland, geen traditie of wet. Hij was daarvan zo doordrongen dat hij niet wilde wegkruipen toen men hem dat definitief wilde verbieden. Hij maakte daarmee voor altijd duidelijk dat wie leven onmogelijk wil maken, zelf op een dood spoor zit.

De graankorrel is in de eerste plaats voedsel. De graankorrel die sterft in de aarde is niet beter dan de graankorrels die brood worden voor mensen. (Joh 12, 20-33)