Iedereen heeft wel een groep vrienden en kennissen waarmee het aangenaam is om samen te zijn. We voelen ons thuis in die groep, we weten er ons gewaardeerd. En als we elkaar niet regelmatig kunnen ontmoeten, dan zijn er nog de sociale media zoals Facebook. Daarmee kunnen we mekaar ook op afstand volgen en een opgestoken duim toesturen. Op een bepaalde manier voelen we ons met hen verwant, dezelfde dingen vinden we … leuk.
Het is een veilige oever aan het meer van onze wereld. Het is er vertrouwd, we voelen er ons gerust. We hebben er vaste grond onder de voeten, we weten hoe het er gaat. We kennen de regels, we weten wat er moet gedaan worden. We kijken naar dezelfde zenders op tv en lezen dezelfde tijdschriften. De vragen zowel als de antwoorden zijn ons bekend. Het is er soms druk en vermoeiend, maar daar valt wel mee te leven.
Er zijn andere oevers, natuurlijk, waar ook mensen wonen. Ze zien er tevreden uit, maar ze zijn toch anders. Ze luisteren naar andere muziek, ze kijken naar andere films, ze praten over andere zaken. Ze hebben blijkbaar andere antwoorden op andere vragen. Ze doen gewichtig over wat wij onbelangrijk vinden. Onze problemen kennen ze blijkbaar niet.
We kunnen elkaar goed zien, want eigenlijk is de afstand tussen de oevers niet groot. Alleen is het water erg diep. Sommigen maken de oversteek alle dagen, zonder problemen. Anderen weten van horen zeggen dat het kan stormen op het meer en dat er mensen vergaan.
Vooral wie nooit de oversteek waagde, weet in detail wat er op het meer gebeurt. De wind van de overkant kan plots opsteken uit een vreemde hoek. Hij jaagt de golven op en beukt je uit je evenwicht. Hij doet je naar adem happen. Hij doet water schuimen en opspatten en roept zo luid dat horen en zien vergaat. Naar de overkant gaan is levensbedreigend. Wat van daar komt, kan dodelijk zijn.
Lang geleden maakte Jezus met zijn apostelen ook eens de oversteek. Marcus vertelt zondag in het evangelie dat Jezus een kussen had genomen en op het achterdek van de boot was ingedommeld. Hij sliep. Dat was niet naar de zin van de apostelen. Ze werden meer en meer ongerust. Het stormde in hun hoofd. Ze zagen hun boot al ten prooi vallen aan de golven. Ze maakten hem wakker. Ze begrepen zijn onbekommerdheid niet, ze konden zijn onbezorgdheid niet aanvaarden. ‘Waarom zijn jullie bang?’ vroeg hij. ‘Waarom hebben jullie zo weinig vertrouwen?’
Wantrouwen maakt ons bang, het doet onze angsten groeien tot golven die ons schip in de diepte willen trekken. Vertrouwen – zoals in de vredige slaap van een kind – verjaagt de angst en de wind, het maakt het water stil. Op de andere oever leven mensen zoals wij. (Mc 4, 35-41).