Waarheid of macht

Bij een erge crisis wordt de ware aard van mensen zichtbaar. Het gebeurde in juli tijdens de verschrikkelijke overstromingen in de vallei van de Vesder. Velen zagen de grote noden, en aarzelden niet om hun laarzen aan te trekken en ter plaatse te helpen. Een held verstopt zich niet als het moeilijk wordt, maar handelt. Zo hebben velen, tijdens de laatste grote oorlog, ook hun rug gestrekt en mensen geholpen die bedreigd werden.

Dat is enkel mogelijk met een groot geloof in wat juist is, waar en goed. Het lastige wikken en wegen verdwijnt, men handelt zonder aarzelen, met een diep vertrouwen, ook al zijn er risico’s. Zondag horen we in het evangelie hoe Jezus zich gedroeg in een crisissituatie. Hij was opgepakt door de bezettingsmacht en moest voor zijn leven vrezen. Hij werd ondervraagd door Pontius Pilatus, de vertegenwoordiger van de keizer in Rome.

Het verschil tussen de twee kon moeilijk groter zijn. Het waren twee uitersten. Jezus geloofde in God en in de waarheid. Pilatus geloofde in de keizer van Rome en in de macht. Dat zijn totaal andere werelden. Jezus zei het ook: ‘Mijn koningschap is niet van hier, niet van deze wereld.’ Jezus verduidelijkte dit nog door te zeggen dat in zijn rijk niet gevochten wordt en niet uitgeleverd wordt.

Macht en waarheid gaan moeilijk samen. Macht is immers altijd relatief, ook al wordt vaak het tegendeel beweerd. ‘Andere heersers, andere wetten’, zo leerde ik het juist op school. Er is geen heerser die voor eeuwig de macht behoudt en regels voor altijd kan opleggen. Wie, zoals Pilatus, de macht aanbidt, die weet dat de zogezegde waarheid van vandaag een dag later al kan veranderen. Wie de macht aanbidt, leeft dus in onzekerheid, voortdurend op de hoede, en moet een hard vel hebben. Wie de macht aanbidt, aanvaardt gehoorzaamheid en trouw, en dus ook geweld. Want geweld is nodig om gehoorzaamheid af te dwingen en ongehoorzaamheid te straffen. Mensen die brutaal zijn, arrogant, onbetrouwbaar en meedogenloos, zij voelen er zich thuis.

Voor God en voor Jezus is er maar één waarheid, onveranderlijk. Ze zegt dat alle mensen waardevol zijn, ongeacht kleur, bezit of stand. Ze zegt dat mensen niet kunnen afgekeurd worden als ze niet bruikbaar zijn of nuttig voor de dienst aan het land of de organisatie. Ze zegt dat mensen nooit als knecht gebruikt mogen worden om macht op te bouwen. Alle mensen zijn voor God even belangrijk, aan niets of niemand zijn ze ondergeschikt. Mensen die zacht zijn, respectvol, open en vertrouwend voelen er zich thuis. In Gods waarheid is de liefde de basis, niet de macht. Liefde weigert mensen te wantrouwen, de macht daarentegen vertrouwt niemand.

Voor Pilatus werd het snel duidelijk: met die Jezus viel niets aan te vangen. Hij had er dus geen enkel probleem mee om hem te laten vermoorden. Altijd zal de macht de waarheid willen uitschakelen. (Joh 18, 33b-37)