Een onrustwekkende verdwijning

De zondag na Kerstmis is een kerkelijke feestdag, met het feest van de Heilige Familie, Jezus, Maria en Jozef. Wie het evangelie van die zondag leest, zal vaststellen dat het feestelijke ver te zoeken was. Naar jaarlijkse gewoonte was het gezin van de twaalfjarige Jezus in Jeruzalem voor het feest van Pesach. Na het feest was hij daar gebleven zonder dat zijn ouders het wisten. Zijn ouders waren met het reisgezelschap al een hele dag onderweg vóór ze vaststelden dat Jezus er niet bij was. Het was immers niet ongewoon dat hij bij verwanten of kennissen was. Uiteindelijk zou het nog drie dagen duren voor ze hem vonden. Vandaag zou men spreken van een onrustwekkende verdwijning. Child Focus zou ingeschakeld zijn.

Jezus was in de tempel van Jeruzalem gebleven, hét religieuze centrum van een volk dat religie zeer belangrijk vond. Hij zat niet in een hoekje, maar tussen de leraars, de schriftgeleerden. Hij luisterde, stelde vragen, en iedereen was verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden. Het waren allicht geen standaardantwoorden die hij gaf, want de geleerden stonden versteld. Maar Jezus was nog jong. Twintig jaar later zouden ze zich dodelijk ergeren aan zijn woorden.

Het werd geen hartelijk weerzien in de tempel, tussen Jezus en zijn ouders. De verwijten vlogen over en weer. Als een kind van twaalf jaar op zoek gaat naar de betekenis van het eigen leven, dan verloopt dat – ook vandaag nog – niet steeds op een harmonieuze manier. Het kind ontdekt dat de weg die het wil gaan niet volledig overeenstemt met de weg die de ouders gaan. Het zoekt zijn eigenheid, zijn anders-zijn, en de verschillen worden graag al eens uitvergroot.

Het is niet evident voor de ouders om dan een stap achteruit te zetten, om de volledige zorg en verantwoordelijkheid stilaan af te bouwen. Kahlil Gibran schreef daarover: ‘Uw kinderen zijn uw kinderen niet. Ze behoren u niet toe.’ Maar dat inzicht komt niet zomaar.

De evangelist Lucas schrijft dat Jezus met zijn ouders terug naar Nazareth reisde en hen voortaan gehoorzaam was. Waarschijnlijk is daarmee de waarheid mooier voorgesteld dan ze feitelijk was. Als Jezus zijn eigen weg zocht, dan zal dat allicht met veel respect geweest zijn voor zijn ouders, maar niet zonder wrijven en schuren. Zijn onafhankelijk denken, een denken dat helend en bevrijdend wilde zijn, dat denken zal thuis niet altijd enthousiast onthaald geworden zijn. Zijn eigenzinnigheid zal meer dan eens de huisgenoten op de proef gesteld hebben.

Maar zeker is wel dat het wederzijds vertrouwen in het gezin van Maria en Jozef groot moet geweest zijn, zodat Jezus kon uitgroeien tot iemand die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen. Hij werd uiteindelijk een voorbeeld, inspirerend voor velen tot op vandaag. (Lc 2, 41-52)