Jonge ouders

Het evangelieverhaal dat we zondag horen, is alom gekend als het verhaal van de drie koningen. Het vormt de basis van het feest van Driekoningen, op 6 januari. Wie is er niet als kind, met een ster en verkleed als een koning, gaan zingen bij de huizen in de buurt? En in vele kerststallen is er, naast de herders, ook een plaats voorzien voor de drie koningen met hun geschenken.

In de tekst van Matteüs gaat het over wijzen uit het Oosten. Ze waren op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden, een ster wees hen de weg. Hun weg ging langs Jeruzalem, en vandaar naar Betlehem, waar ze Jezus en Maria vonden en kostbaarheden als geschenk aanboden.

Sinds de geboorte van Jezus weten we dat God niets liever wil dan tussen de mensen te zijn. En er is geen mooiere plek om een glimp van God op te vangen dan in een pasgeboren kind. De wijzen uit het Oosten hadden dat begrepen. Niet zo de geleerden in Jeruzalem. Die wisten God enkel te vinden in de boeken, in het verleden. Ze wisten niet waar God nu zou kunnen zijn. Ze wisten perfect wat geboden en verboden was, maar niet wat nu concreet te doen was. 

Jonge ouders kunnen zich waarschijnlijk heel goed herkennen in de wijzen uit het Oosten. Hun pasgeborene is waarschijnlijk dé ster van hun leven, een echte ster. Een valse ster, zoals vele wereldsterren, die doet je stilstaan en maakt je klein. Een valse ster schittert louter voor zichzelf. Een echte ster geeft licht en inspiratie, en zet je in beweging. Een echte ster moedigt je aan om zelf te gaan schitteren. 

Jonge ouders herkennen in hun kindje een mirakel, iets goddelijks. Het pasgeboren kind doet hen boven zichzelf uitgroeien. Ze voelen zich uitgedaagd om een betere versie van zichzelf te worden. In hun kind ontdekken ze een spoor van God, ze hebben het gevoel dat ze in hun kind door God worden aangeraakt. Het is begrijpelijk dat ze zeer dankbaar zijn, en dat ze hun vreugde op vele manieren willen tonen.

Een eeuwenoude gewoonte om die vreugde te tonen, is het feest van de doop. In hun blijdschap willen de ouders hun kindje niet enkel tonen aan familie en vrienden, maar ook aan God, omdat ze aanvoelen dat God erbij betrokken was. In het ritueel van de doop krijgen de ouders de kans om hun dankbaarheid te tonen aan God, en Hem te zeggen dat ze goed voor het kind zullen zorgen. 

Zo worden de ouders als de wijzen uit het Oosten, want ze hebben het ook ervaren: in een pasgeboren kind raakt God ons aan, in elke nieuwe mens vindt God een plaats tussen ons. (Mt 2, 1-12)