Als vandaag over een ziekte gesproken wordt, dan is het over corona. We weten er bijna alles over. We kennen de symptomen, we weten veel over de besmettelijkheid en over de manieren om ons te beschermen. Andere ziektes zijn niet verdwenen, ze zijn wel meer naar de achtergrond verschoven. Ook de mentale ziektes krijgen te weinig aandacht. De vraag naar hulp en behandeling is nochtans groot in deze lastige tijd.
Want het zijn niet enkel virussen of bacteriën die ons ziek kunnen maken. Ook situaties of gebeurtenissen kunnen dat. Verplicht thuis blijven, bijvoorbeeld. Nauwelijks nog vrienden, collega’s of familie kunnen ontmoeten. Gevoelens van nutteloosheid, machteloosheid en angst duiken op en zaaien vertwijfeling.
Het is niet toevallig dat heel wat werknemers twijfels hebben over hun job. De voldoening en waardering die ze erin konden vinden, zijn verdwenen. Wie in de zorg of het onderwijs werkt, ervaart dagelijks dat er te weinig tijd is om te mogen zorgen of te mogen onderwijzen. In heel wat bedrijven en organisaties zijn concurrentie, winst, competitie en ambitie meedogenloos geworden. In een omgeving waar enkel succes en winnaars geteld worden, zijn er veel verliezers. Die haken af en gaan hun prioriteiten opnieuw overwegen. De onverbiddelijke focus op een succesvol leven gaan ze in vraag stellen. Ze willen een zinvol en gelukkig leven leiden.
Misschien zaten deze gedachten ook in het hoofd van Simon Petrus, over wie Lucas zondag spreekt in zijn evangelie. Waren het de lege visnetten na een lange nacht werken die hem deden twijfelen? Waren het de meesterlijke woorden van Jezus die hem deden nadenken? Jezus sprak woorden die voor hem veel waarheid en betekenis hadden, en hem ten diepste raakten. Hij voelde hoe die woorden aan zijn hart trokken en steeds meer plaats opeisten in zijn hoofd.
Had hij er verkeerd aan gedaan om visser te worden? Kon hij het zich wel permitteren om daarover te gaan twijfelen? Over Jezus twijfelde hij niet, hij vertrouwde die man ten volle. Maar was het mogelijk zijn beroep zomaar achter te laten? Hij had ook een verantwoordelijkheid voor wie met hem werkten. Hij stond voor een keuze.
Jezus daagde Petrus uit om naar de diepte te gaan, om niet gewoon aan de oppervlakte te blijven, bij de gekende oevers. Petrus waagde het, en hij ervaarde hoe de netten van zijn hart zich vulden, tot scheurens toe. Hij was niet de enige die overweldigd werd. Zijn vrienden voelden hetzelfde.
Petrus was verbijsterd. Zijn hart was zo vol dat zijn vaste grond wankelde, zijn schip dreigde te zinken. Kiezen voor een weg met Jezus zou zijn leven immens rijker maken, maar het beangstigde hem. Jezus stelde hem gerust. ‘Wees niet bang’, zei hij. ‘Visser zijn was je beroep. Mensen opvissen zal je pas echt gelukkig maken.’ (Lc 5, 1-11)