Mijn lieve vijand

Velen zijn het erover eens dat deze vraag van Jezus onrealistisch is: heb je vijanden lief. We horen die vraag zondag in het evangelie. Het stopt daar trouwens niet. In dezelfde tekst vraagt Jezus ook om je andere wang aan te bieden, als iemand op je wang slaat. Dit stuk in het evangelie is vaak gebruikt als alibi om het geheel van de woorden van Jezus met een korreltje zout te nemen. Zijn woorden kunnen enkel van toepassing zijn in een ideale, utopische wereld, wordt dan gezegd. Het is een aantrekkelijk toekomstbeeld, maar vandaag onmogelijk te bereiken.

Daarmee zijn Jezus’ woorden voor vele christenen geworden als een menukaart. Ze kiezen uit de lijst wat haalbaar is. Ze kloppen zich op de borst, want ze eten in het juiste restaurant: het restaurant van Jezus. Maar bepaalde gerechten zullen ze er nooit bestellen.

Het verbaast ons dus niet dat in het verleden vele oorlogen zijn gevoerd in de naam van God en Jezus, met de bedoeling om een kwade en gevaarlijke vijand te vernietigen. Maar we zijn vandaag nog niet wijzer geworden. Om de haverklap wordt er wel ergens een nieuwe vijand gevonden die ons bedreigt, en die bijgevolg moet verslagen worden. Het is een fenomeen dat we niet enkel zien in de politiek tussen landen en volkeren, maar ook in de economie tussen concurrenten. Zelfs vlakbij duiken vijanden op, tussen buren of tussen familieleden.

Ons leven lijkt daarmee een voortdurende strijd te zijn, een onophoudelijk gevecht. Alsof ons leven geen waarde zou hebben als er niet voor gevochten moet worden. Letterlijk of figuurlijk moet er bloed vloeien, het ultieme bewijs van onze inzet en opoffering voor de goede zaak.

Jezus’ woorden waren nochtans niet wereldvreemd. Hij wist zeer goed dat iedereen te maken kan hebben met vijanden, met haters. Hij wist zeer goed dat er al eens klappen kunnen vallen. Zijn vraag is ook niet moeilijk te begrijpen. Ze is glashelder en, in theorie, eenvoudig toe te passen. Er moet niet jarenlang op geoefend of gestudeerd worden.

Maar we denken dat de methode van Jezus niet werkt en het probleem niet zal oplossen. Zodra ergens een vijand opduikt, worden we bang. We stoppen met rustig nadenken, en onze angst neemt het denken over. We gaan er van uit dat elke vijand onbetrouwbaar is, gevaarlijk en bedreigend, ook als we nauwelijks iets van hem weten.

Laat angst toch niet je leven dicteren, zei Jezus. Vrees niet, het waren woorden die hij zeer vaak gebruikte. Leer je vijand beter kennen, luister eens naar wat hij te zeggen heeft, luister naar zijn beweegredenen. Probeer te begrijpen waarom er vijandschap is, waarom die vijand je beschouwt als kwaadaardig, waarom hij bang is van jou. Kijk naar je vijand op een nieuwe manier, onbevangen, onbevreesd, als gelijke.

Laat je vijand binnen als hij aanklopt, ontvang hem gastvrij. Misschien is hij door de hemel gestuurd om iets te melden dat voor jou belangrijk is. (Lc 6, 27-38)