Waar het hart van vol is

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Deze spreuk is welbekend, en ze wordt zondag vermeld in het evangelie. Blijkbaar gebruikte Jezus ze ook. Als we een prachtige film gezien hebben, dan willen we er graag over vertellen aan vrienden en collega’s. Hetzelfde met de vakantie waar we zoveel deugd aan beleefden: we kunnen er moeilijk over zwijgen. Zo gebeurt het ook met jonge ouders, ze praten honderduit over hun kindje.

Ons hart kan zich echter ook vullen met negatieve ervaringen, teleurstellingen, frustraties. Uit ervaring weten we dat de spreuk dan ook geldig is. Net zoals gelukkige mensen niet kunnen zwijgen over hun geluk, zo geldt het ook voor ongelukkige mensen: ze kunnen het niet voor zich houden. Hun mond loopt er van over. Mensen zijn sociale wezens, ze willen met mekaar delen wat hen bezighoudt.

Ons hart stuurt ook onze ogen. Wie blij en vrolijk is, ziet de wereld door een roze bril. Wie wacht op de levering van een nieuwe auto ziet die droomauto intussen overal rijden. Wat geldt voor een vrolijk hart, geldt ook voor een ongelukkig hart. Het ziet overal teleurstellingen en negativiteit. Wie bang is voor gevaarlijke situaties gaat na verloop van tijd overal gevaarlijke situaties zien. Wie van mening is dat mensen onbetrouwbaar zijn, zal daarvan overal het bewijs zien.

Het is normaal dat we praten over wat ons bezighoudt, en dat we er onze ogen op gericht houden. Een speciaal geval zijn onze eigen gebreken en fouten. Vooral de gebreken waarover we niet fier zijn en die we goed verborgen houden, kunnen ons hart vullen, soms ongemerkt. Zo sprak Jezus over de splinter en de balk. Hij vertelde hoe we zeer goed de splinter zien in het oog van de anderen, maar blind zijn voor de balk in ons eigen oog. Als ons hart gevuld is met ontevredenheid over onze tekorten, dan zullen onze ogen die tekorten bij anderen onmiddellijk ontdekken en veroordelen. 

De woorden van Jezus in het evangelie van zondag passen in een groter geheel over niet oordelen. Jezus benadrukte voortdurend dat het geen goed idee is om met een oordelende blik naar onze medemensen te kijken. Hij wilde dat we een milde blik gebruiken. We hebben immers allemaal onze fouten en gebreken. Wees in de eerste plaats mild tegenover jezelf, zei Jezus. Daar begint het. Want we willen graag perfect zijn, en dan worden we streng voor onszelf. Dan verdragen we onze gebreken niet, dan veroordelen we ze, we vechten ertegen. Ons hart is dan vol van strijd tegen onze tekorten. En waar het hart vol van is …

Die zachte, milde blik vraagt moed en oefening, zeker in een samenleving die mildheid moeilijk kan aanvaarden. Als de harten genadeloos zijn, dan is de samenleving ook genadeloos. (Lc 6, 39-45)