Nooit meer oorlog

Toen Jezus leefde was Jeruzalem geen vrije stad. Ze was bezet door de Romeinen. In de geschiedenis van de mensheid is het vaak gebeurd dat een stad bezet werd of belegerd. Oorlogen zijn een (bloed)rode draad doorheen de tijden, tot op vandaag. Veertig jaar na de dood van Jezus zou Jeruzalem trouwens met de grond gelijk gemaakt worden. Het was een triest lot dat later nog vele andere steden zou treffen, ook in ons land.

Lucas vertelt zondag hoe Jezus met zijn leerlingen Jeruzalem binnengaat, mogelijk met een bang hart. Maar hij is vastbesloten, hij wil een koning van vrede zijn. Hij kiest er nadrukkelijk voor om niet als een klassieke koning te paard te gaan. Een uitstraling van macht en kracht is niet de wens van Jezus, hij kiest integendeel voor een veulen. De eigenaars zijn vlug overtuigd om het veulen ter beschikking te stellen, en dat is te begrijpen. Het verlangen naar vrede zit immers diep geworteld in het hart van mensen. Er is weinig nodig om te hopen dat vrede werkelijkheid kan worden.

Als de leerlingen van Jezus roepen om die vrede, wordt hij al vlug door enkele Farizeeën gevraagd om ze tot de orde te roepen. Maar Jezus antwoordt: Als zij zwijgen, zullen de stenen roepen. Roepen om vrede wordt door vele machthebbers beschouwd als een gebrek aan burgerschap, als ongehoorzaamheid.

Maar vrede mag geen utopie zijn, het is de enige manier om menselijk te blijven. Vrede is geen doel om na te streven – en al zeker niet om voor te vechten of te strijden. Vrede is de weg die men moet gaan: wie er niet mee begint kan er ook nooit aankomen. Dat was, in de jaren ’50 van vorige eeuw, de drijfveer van de stichters van wat vandaag de Europese Unie is. Het was een duidelijke keuze om conflicten niet met wapens op te lossen. Het was een keuze die regelmatig belachelijk werd gemaakt door al wie militaire macht wél belangrijk vindt. 

Nu een oorlog woedt in Europa wrijven die lachers en spotters in hun handen. Ze juichen, want er komt plots veel geld vrij om wapens te kopen en oorlog te voeren. Daarmee zullen ze de tegenstander straffen en op de knieën dwingen. Ondertussen kijken ze weg van de miljoenen vluchtelingen, de tienduizenden doden, de verwoeste steden. Ze dromen van eeuwige roem en hun heldenmoed zal in de geschiedenisboeken geprezen worden. Ze hopen een oorlog te winnen, maar ze verharden en verdiepen het conflict veel meer dan dat ze het oplossen.

Jezus had een uitdrukkelijke afkeer van alle geweld. De kerk is hem daarin niet volledig gevolgd. Ze vindt nog steeds dat het geen realistische houding is, en dat oorlog soms rechtvaardig kan zijn. Maar grote persoonlijkheden als Mahatma Ghandi en Martin Luther King waren wel absolute tegenstanders van oorlog, onder meer op basis van hun geloof. Naïviteit kan hen niet verweten worden, ze wisten zeer goed waartoe mensen in hun kwaadheid in staat zijn. (Lc 19, 28-40)