Vandaag voelen we ons gekwetst als iemand ons met een schaap vergelijkt. Misschien was dat in de tijd van Jezus anders, toen schapen zo gewoon waren als de auto’s vandaag. Maar nu denken we er anders over. Schapen zijn te volgzaam. Als een schaap verloren loopt, weg van de kudde, dan vindt het de weg naar de stal niet meer terug. Het moet gezocht worden, gevonden, en teruggehaald. Zo is het niet bij mensen.
En toch. Mensen zijn tot veel meer in staat dan schapen, maar ook mensen kunnen zodanig verloren lopen dat ze de weg naar huis niet meer weten. Ze zijn verloren gelopen door verkeerde keuzes, ongelukkig toeval, foute voorbeelden. Ze zijn verdwaald en weten niet meer waar hun thuis is, hun stal. Ze hebben geen plek meer waar ze zichzelf mogen zijn, onbevreesd, waar ze zich beschermd voelen, waar ze een stem horen die ze kennen, een stem horen die hen kent. Een plek waar ze geborgen kunnen zijn.
Wie nooit verloren is geweest, kan er niet van meespreken. Omringd zijn door mensen die je kent, en die jou kennen, het is een voorrecht. Het is een zegen voor kinderen om te mogen opgroeien in een omgeving waar hun stem gekend wordt, waar ze de stemmen kennen. Het is een omgeving waar aandacht gegeven wordt aan elkaar, waar vertrouwen, geduld en aanmoediging heel normaal zijn. Het is een plek waar ieder de kans krijgt om een eigen stem te ontwikkelen, waar ieder kan ontdekken wat hij of zij belangrijk vindt en mooi.
Het is met de stem dat we iemand leren kennen, en dat we ook onszelf leren kennen. Want in de stem van iemand horen we vreugde of wantrouwen. We horen wanneer een stem niet kan zwijgen of wanneer ze stokt, wanneer een stem aanmoedigt of wanneer ze afkeurt. Sommige mensen hebben een heel eigen stem ontwikkeld. Dat zegt men als die mensen een opvallend duidelijke en aantrekkelijke taal gebruiken en niet zomaar napraten wat anderen zeggen.
Jezus was ongetwijfeld iemand met een heel eigen stem. Hij schreef geen boeken, hij wilde dat zijn stem direct bij de mensen geraakte die het nodig hadden. Zijn stem was zo opvallend dat anderen de moeite hebben genomen om op te schrijven wat hij zei. Tweeduizend jaar later blijven zijn woorden opvallend. Tweeduizend jaar geleden moet zijn stem een ongelofelijke indruk gemaakt hebben. Het was een stem die kon genezen, bevrijden, ongehoord. Mensen die verloren waren of geen stem hadden, die gaf hij weer een stem.
Zo werden de mensen die Jezus wilden navolgen herkenbaar aan hun stem, toen en vandaag. Het zijn mensen die kunnen luisteren naar de stem van wie ze ontmoeten. Het zijn mensen die een stem geven aan wie geen stem heeft. Het zijn mensen die niet kunnen zwijgen over al het goede en het mooie dat ze zien. Het zijn mensen waarbij niemand verloren is. (Joh 10, 27-30)