De Nederlandse geschiedkundige Rutger Bregman schreef een boek met de titel ‘De meeste mensen deugen’. Het boek heeft succes, het verkoopt goed. Met zo’n titel getuigt Bregman van optimisme. Hij gelooft in de goedheid van de mensen, althans van de grote meerderheid.
Hij wilde een boek schrijven om zijn geloof in die goedheid te bewijzen en te onderbouwen. Want hij had de indruk dat velen zijn optimisme niet delen. Hij zag dat de wereld vandaag eerder uitgaat van het tegendeel en overtuigd is dat de mens van nature boosaardig en onbetrouwbaar is.
Velen onder ons zullen zich gemakshalve ergens halfweg situeren en zich realist noemen. Geen zuivere optimist, geen zuivere pessimist, maar ergens in het midden. Want ook al zijn er vele mensen die goed zorgen voor elkaar, er is toch ook oorlog, misdaad en geweld? We kunnen daar toch niet naast kijken?
Maar is die positie in het midden houdbaar? Voor de zwartkijker is het eenvoudig, want hij heeft ervoor gekozen om niemand nog te vertrouwen. Voor hem is de wereld een gevaarlijke plek waar iedereen achterdochtig moet zijn en waar overal bedreigingen zijn. De pessimist vertrouwt enkel op zijn eigen kracht. Hij wil ongenaakbaar zijn en onkwetsbaar. Hij wil voorbereid zijn in de strijd om te overleven. Hij heeft een dik vel gekweekt, hij is nogal meedogenloos en zal zich nooit laten verrassen.
De optimist gelooft in de goedheid van mensen, hij ziet hoe mensen overal voor elkaar zorgen en elkaar helpen. Hij ervaart keer op keer hoe er grote dingen mogelijk zijn als mensen elkaar vertrouwen. Hij is niet bang om zich al eens kwetsbaar op te stellen, want niemand is onkwetsbaar. Hij is niet op zoek naar macht, want samenwerken op voet van gelijkheid geeft ook mooie resultaten, en is meer duurzaam. Hij weet dat onderdrukte mensen gefrustreerd kunnen geraken en boosaardig worden. Maar hij beseft dat het beter is de onderdrukking weg te nemen dan te gaan bestraffen.
Zondag horen we in het evangelie dat Jezus een duidelijke keuze had gemaakt. Een keuze om mensen graag te zien, een keuze voor vertrouwen, een keuze voor liefde. Een keuze die hij met nadruk wilde aanprijzen aan iedereen. Een keuze die hij allerbelangrijkst vond.
Onze positie in het midden lijkt aantrekkelijk, maar is dubbelzinnig. Als het goed gaat, zijn we optimist. Maar als het tegenzit, worden we pessimist. Als we bang worden, dan willen we onszelf beschermen en veilig voelen, dan vertrouwen we enkel onszelf nog.
Die positie in het midden is dus maar een schijnoplossing. Jezus wist dat ook. Hij vroeg om moedig te zijn en duidelijk te kiezen. Geen van de twee keuzes leidt tot een gemakkelijk leven. De pessimist zal voortdurend in angst leven en op zijn hoede moeten zijn. Hij leeft niet, maar overleeft. De optimist weet dat hij soms gekwetst zal worden en dat zijn vertrouwen al eens beschaamd zal worden. Maar hij leeft, in overvloed. (Joh 13, 31-33a.34-35)