In een boog eromheen

Volgende week zondag 10 juli kunnen we tijdens het evangelie de zeer mooie en bekende tekst horen van de Barmhartige Samaritaan. Met dat verhaal wilde Jezus onder meer aangeven hoe we kunnen omgaan met het lijden van een mens. Het is sindsdien voor velen in onze westerse geschiedenis een krachtige bron van inspiratie gebleven.

Is het mogelijk om een halfdode, bloedende mens die naast de weg ligt, te negeren? Neen, blijkbaar is het onmogelijk om dan onverschillig te blijven. Onze menselijke natuur laat ons dit niet toe. Zodra we die lijdende mens gezien hebben, voelen we onverwacht en ongevraagd in ons eigen lichaam ook een pijn. Niemand kan daaraan ontsnappen, hoe graag we dat ook zouden willen. Het is opvallend, en het maakt niets uit of de gewonde een vreemdeling is of een familielid.

Op dat moment zelf ook pijn voelen is als een reflex, het gebeurt gewoon. We worden als het ware verwond, ook al is er geen zichtbare blessure. De pijn die we daardoor voelen is onaangenaam, zodat we die dus willen wegnemen of verminderen. Nu is het uiterst merkwaardig dat we de eigen pijn enkel kunnen verlichten door de gekwetste andere mens te verzorgen. Onze pijn verdwijnt als we tijd nemen om de pijn van de ander te verlichten. De zorg die we besteden aan de lijdende mens, hoe beperkt en bescheiden dat ook is, neemt onze pijn en ons lijden weg.

We zijn nadenkende wezens, we kunnen dus kiezen hoe we reageren op pijn die we voelen. In het verhaal van Jezus zijn er twee voorbijgangers die een boog nemen rond het slachtoffer. Dat bewijst dat ze de lijdende mens gezien hebben. Ze waren dus ook getroffen, voelden ook een pijn. Maar ze dachten dat die pijn zou weggaan door afstand te nemen van de gewonde mens. Of misschien liet hun beroep niet toe om gewonde of dode mensen aan te raken. Mogelijk was er een dringende opdracht die hen wachtte.

Al die overwegingen en bedenkingen zouden de pijn echter niet wegnemen bij die twee voorbijgangers. In hun hoofd hadden ze redenen gevonden om geen hulp te bieden. Maar het ongemak en de pijn zouden daarmee niet verdwijnen, nooit. Het is het pijnlijke gevolg van hun keuze om zich af te keren van de pijn van het slachtoffer.

Je kan leren om met zo’n pijn te leven, eraan te wennen door van je hart een steen te maken, door hard en ongevoelig te worden. Kortom, door een onaangename mens te worden en een deel van je menselijkheid te verliezen. Velen hebben die keuze gemaakt. Ze kozen ervoor – of werden soms verplicht – om niets te maken te hebben met het lijden van anderen, met voor zichzelf een blijvende pijn als resultaat.

Voor ons eigen welzijn is het dus noodzakelijk dat we van jongs af enige vaardigheden verwerven om voor een ander mens te kunnen zorgen, hoe beperkt ook. Op die manier zullen we minder in de verleiding komen om ons af te wenden van andermans lijden, en tegelijk zelf gezonder worden. (Lc 10, 25-37)