Zoals gewoonlijk heb ik tijdens mijn vakantie af en toe de tijd genomen om een kerk te bezoeken. Toevallig keek ik meer dan anders naar de schilderijen en kunstwerken die een scène uitbeeldden uit het leven van Jezus. Ik wilde de scène kunnen herkennen, weten welk verhaal werd getoond. Maar vrij snel keek ik vooral naar de kledij van de afgebeelde personages. Op vele schilderijen werden de personen afgebeeld met kledij uit de tijd van de schilder, bijvoorbeeld de zestiende eeuw. Een twistgesprek met farizeeërs, een genezing van een zieke, de martelingen van Jezus, ze waren niet afgebeeld als gebeurtenissen van lang geleden. Ze waren volledig gesitueerd in de tijd van de schilder. Ik besefte dat de kunstenaar daarmee de boodschap van het evangelie naar zijn tijd en leefwereld bracht, actueel maakte voor zijn publiek. De farizeeërs, de tollenaars, de zieken, de beulen, het waren figuren die toen ongetwijfeld zeer herkenbaar waren. Daarmee werd het verhaal van Jezus een verhaal voor alle tijden.
Maar dat is blijkbaar voorbij. Het verhaal van Jezus wordt niet meer naar onze tijd gebracht. Vandaag worden maar weinig kunstwerken gemaakt die het leven van Jezus uitbeelden. En zeker niet met personages in kledij van vandaag. Als het al gebeurt, dan is het in kledij die tijdloos is, of abstract. De religieuze kunstwerken in onze kerken beelden dus het verleden uit. Ze zijn dus nooit schokkend, verbazend of aanstootgevend. Het is alsof het gaat over een afgesloten tijdperk, over een boodschap uit het verleden, niet echt meer van toepassing op vandaag. Alsof het vandaag anders is, vandaag beter is.
Maar beeld je even in dat Jezus en de farizeeërs, tollenaars, melaatsen, soldaten en beulen in herkenbare hedendaagse kledij zouden afgebeeld worden. Het zou erg moeilijk zijn. We zouden het niet aanvaarden. We zouden uitroepen dat er vandaag geen farizeeërs zijn zoals in Jezus’ tijd. Geen tollenaars, melaatsen, soldaten of beulen. Geen armen, kreupelen, verlamden en blinden. En door het zo te ontkennen,
plaatsen we ons erbuiten, en maken we van de oproep van Jezus een oproep die vandaag nauwelijks nog betekenis heeft.
Op die manier echter gedragen we ons als farizeeërs. We doen alsof we vandaag betere mensen zijn dan de mensen die honderd jaar geleden leefden, of tweeduizend jaar geleden. We gedragen ons alsof we werkelijk recht hebben om aan tafel de betere plaatsen in te nemen, zoals we horen in het evangelie van zondag. We zijn oprecht van oordeel dat de kwaliteit van ons gedrag veel hoger is dan in de tijd van Jezus. We vinden dat we de lessen van Jezus geleerd hebben, en dat zijn boodschap begrepen is. Het leven van Jezus is een kunstwerk geworden dat het verleden uitbeeldt. Het is een museumstuk geworden omwille van de historische waarde. (Lc 14, 1.7-14)